25 jaar straatnamen in het buitengebied

3 december 2018

Winterswijk stond een kwart eeuw geleden aan de vooravond van een grote organisatorische operatie. Op 1 januari 1994, binnenkort precies 25 jaar geleden, kregen anderhalf duizend woningen in het buitengebied een nieuw adres: met een staatnaam en huisnummer in plaats van een hoofdletter voor de buurtschap en een cijfer voor het boerderijnummer. Van D96 naar Beitelweg 5 en van E23 naar Leeferdinklaan 4.

 

Door Wim Ruesink

Het gebruik van straatnamen in ons land is al heel oud. Maar pas in de negentiende eeuw zien we ook straatnaambordjes verschijnen.  De Winterswijkse buurtschappen echter kregen pas op 1 januari 1994, 25 jaar geleden dus, officiële straatnamen. Soms hadden die wegen of paden in de volksmond al een naam, maar vaak ook niet. De letters en cijfers die de huizen voordien hadden, werden aan de kant geschoven en er kwamen, net als in het dorp, straatnamen voor terug. Het was een gigantische operatie met een kostenplaatje van zo’n twee ton voor de gemeente Winterswijk.

Over de noodzaak van invoering van straatnamen in het buitengebied was het college van B&W het al jarenlang eens. De vindbaarheid van zo’n 1500 percelen in het buitengebied liet te wensen over, zeker voor niet- ingewijden. De huizen en boerderijen hadden al minstens twee eeuwen geleden een letter en een cijfer en waren in oplopende volgorde genummerd. De nummering liep dwars door het landschap. Door onder meer nieuwbouw tussen bestaande boerderijen in, was de logica in de volgorde soms ver te zoeken, waardoor er in de loop van de decennia meerdere malen een hernummering werd doorgevoerd. Toch heeft het jaren geduurd eer men overstag ging op een straatnaam met huisnummer. Reden van terughoudendheid waren de torenhoge kosten. Door de postcodeveranderingen moest Winterswijk alleen al de toenmalige PTT ruim 20.000 gulden betalen in verband met gemaakte kosten.

 

Nieuwe straatnamen

Ambtenaren die speciaal hiervoor werden aangewezen, werden belast met de nieuwe straatnaamgeving. Dit ging in samenspraak met de belangenverenigingen van de buurtschappen.

Inwoner Jannie Hoenink van Meddo vertelt:  ”Eerst woonde ik op adres Meddo D104. Dat werd in 1978 nr 104 met de postcode 7111 NH.  Bij de invoering van de straatnamen werd het Hoeninkstegge 11 met postcode 7104 BK, de postcode veranderde toen dus ook. Bij de straatnamen werden vooral de namen gebruikt die in de volksmond gebruikt werden. Hoeninkstegge was heel lang een doodlopende zandweg (stegge) met aan het eind twee boerderijen, Hoenink en het Hoeninkhuisje, vandaar de naam. Er is destijds goed op gelet dat er niet dezelfde namen in de buurtschappen werden gebruikt. Meddo heeft bijvoorbeeld een Goorweg, Woold een Olden Goorweg en dan is er ook nog een Goordiek in Miste/Corle.“

 

 

Postbodes

“We kenden de term omdenken toen nog niet, maar zo zou ik het nu wel omschrijven”, zegt voormalig postbode Oonk. ”We gingen al weken lang van te voren oefenen met op het postkantoor. In de weekenden fietste ik veel door het buitengebied om alles in me op te nemen. Toen het zover was, ging het eigenlijk ook wel weer snel met de omschakeling. Grappig was dat je soms jaren later nog post met een oude aanduiding onder ogen kreeg, maar we wisten dat snel naar huidige straatnaam te herleiden.”

 De Hoeninkstegge, genoemd naar twee boerderijen aan het toenmalige zandpad.

 

Van A tot L

Weet u het nog? Het dorp had de letter A, Miste  B, Corle C, Meddo D, Ratum E, Huppel F, Henxel G, Kotten H, Brinkheurne I, Woold K en Dorpbuurt de L (deze laatste werd al in 1953 door de uitbreiding van het dorp vervangen door straatnamen).

 

 Boerderij Hoenink in Meddo

 

 

Hoe uniek was de nummering in het buitengebied?

Door Jan Ruesink

Hoe uniek was de huisnummering in de Winterswijkse buurtschappen? Het was bijzonder dat het systeem zo lang stand hield, maar uniek was het zeker niet. Meerdere plaatsen in binnen-  en buitenland kennen of kenden vergelijkbare nummering-systemen. Naspeuringen op internet leveren wat dat betreft aardige historische anekdotes op.

Zo was Hengelo (G) tot het begin van de twintigste eeuw onderverdeeld in het Dorp (A) en de buurtschappen Dunsborg (B), het Gooi (C), Bekveld (D), de Noordink (E) en Varssel (F). Adressen bestonden uit een huisnummer met daarvoor de letter van de buurtschap.  Omdat er door de jaren heen steeds meer boerderijen bij kwamen, moest ook de huisnummering telkens worden aangepast.

Deze oude kaart van Meddo toont hoe lastig de nummering soms te volgen was. Nr. 104 en 105 liggen aan de Hoeninkstegge, dan een sprong naar de Goorweg links met 106, 107, 107-1 en 108 (boerderij 109 bestaat wel, maar was waarschijnlijk te klein om te vermelden), vervolgens naar de overkant van de weg met nr 110, 111, 112, 113 en dan naar 114, 115, 116 aan de Hilteweg. Ook de nummering aan de Beerninkweg (55 t/m 60) leek niet logisch in elkaar te zitten.

Eén huis, elf adressen
Dat hernummeren gebeurde in meerdere plaatsen, waaronder Winterswijk, waar wel acht van die omnummeringsoperaties hebben plaatsgevonden. Helemaal bont maakte Putten het. Plaatselijk historicus C. de Vries ontdekte dat zijn ouderlijk huis in de buurtschap Huinerwal sinds 1829 maar liefst elf verschillende huisnummers heeft gehad; in 1829 was het huisnummer 162, in 1848 nr 230, in 1850 nr E4, in 1860 nr E6, in 1877 nr E24, in 1890 nr E27, in 1900 nr E184, in 1910 nr E185, in 1920 nr E204, in 1930 nr E309 en daarna Heischoterweg 9.

In Barneveld werden adressen in de buurtschappen aangeduid met bijvoorbeeld Kl. 34 voor Kallenbroek 34 en later kwam daar dan een straatnaam en –nummer onder. Deurne had tot in de jaren vijftig nog dertien wijken met een letter, waarbij men van staat tot straat verder telde. Zo lag C11 nog net aan de Liesschendijk, maar C12 aan het Hoogland.

Er zijn in Nederland ook straatnamen van maar één letter. Die komen vaak voor in wat minder dicht bevolkte gebieden. In Oostwold – bij de stad Groningen – is bijvoorbeeld een straatnaam E, die gebruikt wordt voor drie parallel lopende smalle weggetjes, met aan het eind een boerderij. Die boerderijen hebben als adres E1, E3 en E5. Het schijnt dat er in Zuidlaren en Haaksbergen ook een straatnaam E was en in Midwolde een straat D. Ottoland, een dorp in de Alblasserwaard, kende lange tijd maar twee straten. Aan de ene kant van de vliet heette de straat ‘A’ en aan de andere kant ‘B’. Door nieuwbouw kwamen daar pas in de jaren tachtig ‘echte’ straatnamen voor. Als men in Ottoland vroeg naar de kortste weg van A naar B, dan placht men daar te zeggen: ‘neem gewoon het bruggetje over de vliet, het is hooguit tien meter’.

Onontwarbaar
In het buitenland zijn er ontelbare plaatsen “where the streets have no name”, zoals U2 het zingt. (Welk nummer overigens slaat op het feit dat je in Belfast iemands geloof, politieke overtuiging en welstand kunt aflezen aan zijn adres).

Woningen zonder straat- en/of huisnummer komen vaak voor in afgelegen gebieden, maar ook in wereldsteden. In Japan en Zuid-Korea zijn de huizen in metropolen als Tokio of Seoul ingedeeld in wijken, huizenblokken en gebouwen. Men adresseert daar brieven dus van ‘groot’ naar ‘klein’, terwijl dat in de westerse wereld precies andersom gebeurt. Niettemin is het voor buitenstaanders een onontwarbaar systeem, ook al omdat de gebouwen niet in volgorde van plek zijn genummerd, maar in bouwperiode.

Ratjetoe
Dat ratjetoe aan systemen heeft veel te maken met de historie. In de achttiende eeuw gingen veel Europese steden over tot huisnummers. Niet om het de postbode gemakkelijk te maken, maar vanwege uiteenlopende redenen als het innen van belastingen, het inkwartieren van soldaten, het tegengaan van bedelarij of het registreren van brandverzekeringen.

De grootste huisnummer-deskundige van Europa, de Oostenijker Anton Tantner onderscheidt minstens zes systemen van huisnummering. De oudste manier is in steden of dorpen alle huizen achter elkaar te nummeren. Een iets verfijndere methode is alle huizen in een wijk te nummeren met een letter voor de wijk en een nummer voor het huis. In sommige Europese steden werden de huizen genummerd per huizenblok. In het zogenaamde hoefijzersysteem beginnen de nummers aan de ene kant van de straat, lopen dan op tot het einde en komen dan terug aan de andere kant, tot het huis met het hoogste huisnummer tegenover het huis met het nummer 1 staat. Tegenwoordig wordt meestal het systeem toegepast van even en oneven nummers. De huizen aan de ene kant van de straat hebben even nummers en de huizen aan de andere kant oneven. Te beginnen in het centrum of bij de kerk. Dit systeem bleek ook beter bestand tegen stadsuitbreidingen en het bouwen van woningen tussen bestaande panden in (die dan een letter of cijfer als toevoeging kregen). Al vermengde men in Breda het oude wijknummer-systeem ook wel met de nieuwe huisnummer en eventuele toevoeging, waardoor idiote adressen ontstonden als  I 245d2d-bis of I 246-10-bis. Dan had de postbode in Kotten het vroeger maar makkelijk.

Bronnen: overstaatnamen.nl, oudhengelo.nl, deoranjeboom.nl, deurnewiki.nl., plaatsengids.nl/huinerwal, gemeentearchief.barneveld.nl., buurtschap.info.


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

Unable to display Facebook posts.
Show error

Error: (#4) Application request limit reached
Type: OAuthException
Code: 4
Please refer to our Error Message Reference.

Gerelateerde artikelen