Buiten met Bernhard

24 juli 2017

Op zoek naar paarse heidevelden

 

In juli komt de struikheide langzamerhand overal in bloei, pas in augustus kleurt de plant grotere oppervlakten paars. Wie een mooie foto wil maken van die paarse heide, moet dan op stap. Voor uitgestrekte heidevelden moet je helaas buiten Winterswijk op pad, want Veluwse toestanden kennen we hier niet meer. Die uitgestrekte heidevelden zijn er wel geweest. Ons bloemencorso begon zelfs als een heidecorso, omdat 100 jaar geleden de heide overal nog was te plukken.

 

Tot in de eerste decennia van de 20ste eeuw waren de uitgestrekte heidevelden nog in het Winterswijkse buitengebied te zien. In een artikel uit 1931 vertelde A.Th. ten Houten, nu vooral bekend van de naar hem genoemde laan en bank, dat hij in zijn jeugd vanaf de oostkant van het dorp naar de Duitse grens liep en vrijwel voortdurend door heidevelden liep. Eerst door het Vosseveld en daarna door het Masterveld. Alleen bij de kern van Ratum zal de bankier, die het liefst in de natuur verbleef, enkele boerderijen met akkers, weilanden en houtwallen gepasseerd zijn.

 

Een blik op de topografische kaart laat nog altijd zien waar de heidevelden hebben gelegen. Kottense veld, Meddose veld, Brinkheurnse veld, Huppelse veld, overal waar de aanduiding “veld” opduikt heeft heide gelegen. Soms wordt er rechtstreeks naar verwezen, zoals in de Kulverheide ten zuiden van de Hermienehoeve. Die heidevelden zijn eeuwenlang onderdeel geweest van het landbouwsysteem. Heideplaggen waren nodig voor de bemesting van het bouwland.

 

Die plaggen werden naar de potstal gebracht, waar het vee dat overdag in de weilanden of op de heide en in het bos voedsel kon vergaren, ’s nachts mocht uitrusten. Bij deze ontspanning hoorde het laten vallen van de mest. De plaggen raakten zo doordrenkt van poep. Daarna werd een nieuwe laag plaggen de stal ingebracht. Dit ging zolang door totdat het vee met de rug tegen het dak van de stal stond. Dan werden de plaggen op het bouwland gebracht, dat daardoor ongeveer één millimeter per jaar groeide. Zo werden de essen, zoals de bouwlanden werden genoemd, steeds hoger.

 

Door de uitvinding van de kunstmest was dit ingewikkelde bemestingssysteem niet meer nodig. De heidevelden waren overbodig en werden ontgonnen. Van de heide in Winterswijk bleef niet veel meer over. Alleen in het Korenburgerveen en het Wooldse veen vind je nog iets meer heide. Elders waren er in Ratum en ’t Woold heel lang alleen nog snippers over, die de gewone fietser of wandelaar niet eens zag, want ze lagen verborgen achter bomen en struiken. Door natuurontwikkeling, vooral in de periode 1993 – 2000 is er echter weer meer paarse heide te zien. Bijvoorbeeld bij het Nonneven, dat aan het eind van de Borkense Baan bij de Duitse grens ligt. Of op het landgoed de Heugte, dat net onder het hoogste punt van Meddo, de Valkeniersbult, ligt. Wijlen Dick Sellink heeft hier een fraai natuurgebied gecreëerd, met alle karakteristieke natuur- en landschapselementen van Winterswijk. De heide heeft hij niet vergeten, waardoor je hier in augustus een glimp van de paarse pracht die ooit zo gewoon was rondom Winterswijk kunt zien.

Heide op de heugte in Meddo


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

5 dagen geleden

De 50+ Krant
Bekijk op Facebook

Gerelateerde artikelen