De rijke historie van het openluchttheater

4 juni 2019

Zeventig jaar geleden werd openluchttheater De Huininkmaat voor het eerst geopend.  Winterswijks culturele buitenplaats bood vertier aan jong en oud. Na succesvolle jaren werd het amfitheater langzaam door de tijdsgeest ingehaald. De popmuziekminnende jeugd deed pogingen de plek nieuw leven in te blazen, maar het mocht niet baten. Het duurde tot 2004 eer het zieltogende theater, zo goed als vergaan, door een groep vrijwilligers aan de vergetelheid onttrokken werd. Na een grondige renovatie kan inmiddels alweer tien jaar genoten worden van een afwisselend zomervullend programma. Inclusief popmuziek.
Door Erik Meinen
In het begin van de twintigste eeuw zijn er wel openluchtspelen in Nederland, maar nog geen theaters die speciaal hiervoor zijn aangelegd. De openluchttheaters in Oisterwijk en Valkenburg zijn de eerste in ons land. Door de crisis in de jaren 30 worden er in het kader van de rijkswerkverschaffing meer openluchttheaters gebouwd. Een “zinvolle tijdsbesteding” en “verheffing van het volk” zijn de argumenten voor de aanleg. In 1938 krijgt de Achterhoek zijn eerste openluchttheater, De Zandkuil, op de westelijke flank van de Paasberg in Lochem, op de plek van een voormalige zandafgraving.
Ook elders in de Achterhoek ontstaat de behoefte aan een accommodatie voor toneelvoorstellingen in de openlucht. Een goedkoop en geschikt alternatief voor een duur, nieuw gebouw. Nog voor de oorlog opent in Gendringen openluchttheater Engbergen haar poorten.

Stichting
In Winterswijk is het Feestgebouw aan de Haitsma Mulierweg nauwelijks bruikbaar voor toneeluitvoeringen. Mede daarom wordt op initiatief van plaatselijke leden van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen en met goedkeuring van de gemeenteraad in juli 1947 de Stichting ter Exploitatie van het Openluchttheater “De Huininkmaat” opgericht. De beoogde locatie voor het openluchttheater bevindt zich in het Huininkmaatbos, achter het Huininkmaatpark aan de Eelinkstraat, direct naast het in 1926 geopende Algemene Ziekenhuis.
Bij het ontwerp van het nieuwe theater laat de Winterswijkse architect Jakob van der Schaaf zich adviseren door Adriaan Hooykaas, een landelijk bekende toneelspeler-regisseur en  deskundig op het gebied van openluchtspelen. In februari 1949 wordt met de bouw van het theater begonnen. Winterswijks nieuwe culturele parel in het groen krijgt de beschikking over maar liefst duizend zitplaatsen: betonnen banken, die amfitheatergewijs geplaatst worden, zodat ook toeschouwers op de achterste rijen goed zicht hebben op het 150 vierkante meter grote met gras bedekte toneel. Achter het podium komt een gebouwtje voor kleedkamers, een grimeerruimte en toiletten. Een flinke zolder biedt opslagruimte voor decorstukken.
Vliegende start
Op zaterdagavond 11 juni 1949 wordt De Huininkmaat officieel geopend. Lokale, regionale en provinciale hoogwaardigheidsbekleders en vertegenwoordigers van ruim 70 Winterswijkse verenigingen en corporaties wonen de opening bij. Het Utrechtse gezelschap De Ghesellen van den Spele voert op zaterdag en zondag het treurspel De Paradijsvloek op. De Gelderse Tramwegen zet extra bussen in voor het vervoer van de vele bezoekers uit omliggende gemeenten.
De stichting gaat vol enthousiasme aan de slag. In augustus is er een toneeluitvoering van het blijspel The Taming of the Shrew van William Shakespeare, uitgevoerd door het Zuid-Nederlands Toneel. In dezelfde maand doen Winterswijkse toneelspelers mee in de 18de eeuwse komedie Een Romantische Liefde. Ruim 700 bezoekers klappen zich de handen blauw. Voor de kinderen brengt het Nederlands Jeugdtoneel de voorstelling Levend Speelgoed voor het voetlicht. Ondanks de vliegende start wordt het eerste boekjaar afgesloten met een tekort van f 4200,-. B&W stelllen voor de jaarlijkse subsidie te verhogen tot f 3000,-. Het voorstel wordt aangenomen.
Hoogtepunten van 1950 zijn het Deense blijspel De Verstoorde Bruiloft, het Scapinoballet en Het Geheim van de Ravenhorst, een middeleeuws openluchtspel uitgevoerd door de gezamenlijke Winterswijkse toneelverenigingen. De jeugd geniet van voorstellingen van Pascha en de Beer en De Wijze Boer. Ook het jaar daarop is er volop activiteit in de Huininkmaat. Vooral de kindervoorstellingen georganiseerd door de Pro Juventute, een landelijke jeugdzorgorganisatie, bekend van de huis-aan-huis verkochte Oranjehuiskalenders, doen het goed. De poppenkast van Jan Klaassen met accordeonbegeleiding van de Winterswijkse muzikant Gerrit Wieskamp sr. en het kindercircus De Elleboog uit Amsterdam lokken meer dan duizend jeugdige bezoekers naar het theater.

Culturele Raad
In de loop van de jaren vijftig neemt de welvaart met rasse schreden toe. De eerste huishoudens schaffen zich een televisietoestel aan. Ze halen het theater in eigen huis. De betaalde verlofdagen worden ingevoerd en steeds meer gezinnen beschikken over de middelen, zowel financieel (vakantietoeslag) als qua vervoer (de auto) om er in de zomermaanden op uit te trekken. Dit alles heeft zijn weerslag op de openluchttheaters. Vanaf 1955 gaat het ook in Winterswijk bergafwaarts. In dat jaar kampt de stichting opnieuw met een tekort. Als de gemeente Winterswijk niet langer financieel bijspringt besluit men er in 1957 mee te stoppen. De opstallen op de Huininkmaat worden door de gemeente opgekocht.
Bij besluit van de gemeenteraad van 31 juli 1958 wordt een “commissie inzake stimulering van de culturele belangen van het verenigingsleven” ingesteld. Deze Culturele Raad bestaat uit elf leden: vijf vertegenwoordigers van het  verenigingsleven, een vertegenwoordiger van de exploitanten van gebouwen en zalen, deskundigen op het gebied van zang, muziek en toneel, een lid van het college van B&W en een lid van de gemeenteraad. Na verloop van tijd richt de aandacht van de Culturele Raad zich ook op het in het slop geraakte openluchttheater. Op advies van de raad vinden er weer gezamenlijke muziekuitvoeringen plaats. In het begin van de jaren 60 worden er ook weer toneelstukken opgevoerd.
Als op zondag 27 maart 1966 Winterswijk wordt getroffen door een windhoos, is het Feestgebouw daarvan het grootste slachtoffer. Het gebouw raakt onherstelbaar beschadigd. Op dezelfde plek wordt in 1970 het Cultureel Centrum geopend. De nieuwe schouwburg beschikt over een uitstekende theaterzaal, prima geschikt voor muziek- en toneeluitvoeringen en prijst daarmee het openluchttheater uit de markt.
Amnesty Pop
Vanaf 1968 is openluchttheater De Zandkuil in Lochem, in de volksmond beter bekend als De Koele, op Hemelvaartsdag het decor van een steeds groter wordend muzikaal popfestijn. Van heinde en ver, ook vanuit Winterswijk, trekt de jeugd dauwtrappend naar Lochem om te genieten van een popmeeting met internationale allure en klinkende namen als The Flying Burrito Brothers, Fairport Convention, Slade, Mud, The Kinks, Motörhead, The Stray Cats, The Clash, Mink Deville, The Boomtown Rats en vele anderen. De Achterhoekse rockers van Normaal breken er met hun debuutoptreden in 1975 definitief door.
Het Lochemse popfestival zal ongetwijfeld tot voorbeeld hebben gestrekt als in 1973 een aantal  Winterswijkse jongeren op het lumineuze idee komt om in de Huininkmaat, onder de noemer Amnesty Pop, een popevenement op touw te zetten.
Het popfestival is een aanklacht tegen misstanden in de wereld: tegen de gruweldaden in de Vietnamoorlog, de onderdrukking van de zwarte bevolking in Zuid-Afrika, de schending van de mensenrechten bij de oplopende spanningen tussen Israël en Palestina, de wreedheden in Oeganda onder het bewind van dictator Idi Amin etc. Alle baten komen ten goede aan de in 1968 opgerichte Nederlandse afdeling van Amnesty International.
De organisatie van het festival is in handen van de jongerencentra Eucalypta, Chi Chi Club, Mata Hari en Den Angang. Er wordt samengewerkt met de scholengemeenschappen van Winterswijk (Hamaland) en Groenlo (Marianum). Zo’n zeventig vrijwilligers steken de handen uit de mouwen.
Namens jongerencentrum Eucalypta is Dolf Ruesink de grote animator van het popgebeuren. Via de rubriek Gaddegad in de Nieuwe Winterswijkse Courant, waarvan hij tevens eindredacteur is, worden de plannen voor het festival uit de doeken gedaan. Er wordt een aantrekkelijk programma met landelijk bekende topbands uit de hoed getoverd.
Op zaterdagmiddag 14 juli tussen 11-18 uur laten achtereenvolgens Alquin, Frank Quinlan, Supersister, Hobo String Band, Kazimierz Lux en Solution van zich horen. Drie podia garanderen een vlotte doorloop van het programma. Amnesty en de Wereldwinkel zijn met stands aanwezig op het festivalterrein. Drank en andere versnaperingen worden zelf ingeslagen en verkocht om de opbrengst van de dag zo hoog mogelijk te laten zijn. Amnesty Pop wordt een succes. Onder een stralende zon genieten zo’n 700 jeugdige bezoekers van het allereerste Winterswijkse openluchtpopfestival.
Discodag
Amnesty Pop krijgt geen vervolg. Wel wordt in 1977 in het openluchttheater de derde editie van de Winterswijkse discodag gehouden, een uit de kippenhokdisco’s voortgekomen wedstrijd waarin plaatselijke drive-in shows, met als inzet een wisselbeker, hun draaitafelkunsten vertonen ten overstaan een deskundig geachte jury. Presentatie en platenkeuze van de diskjockey zijn de voornaamste ingrediënten waarop beoordeeld wordt.
Op initiatief van sociaal-cultureel centrum Eucalypta is de discodag in 1974 van start gegaan. In eerste instantie wordt er op een door het centrum beschikbaar gestelde geluidsinstallatie gestreden, later maakt men op eigen apparatuur uit wie zich een jaar lang discokampioen van Winterswijk mag noemen.
Op zaterdag 4 juni tussen 12 en 9 uur slingeren maar liefst negen disco’s hun decibellen het luchtruim in. Door het matige weer is de publieke opkomst teleurstellend. De Skyriders uit het Woold gaan met de beker aan de haal. Greenhorn wordt tweede en de “darpers” van Stars & Stripes verdienstelijk derde. Voor de editie van 1978 keert men terug naar de Jeugdkerkstraat. Tot eind jaren 80 blijft de Winterswijkse discodag vaste prik op de agenda.
Met het openluchttheater gaat het ondertussen niet goed. In augustus 1978 doet het Limburgs Jeugdtoneel nog twee voorstellingen van Hans en Grietje, maar daarna wordt het muisstil en neemt de natuur langzamerhand bezit van de locatie.
In 1982 luidt secretaris A.J. Gijsbers van de Culturele Raad in de Nieuwe Winterswijkse Courant onder de kop “Openluchttheater ten dode opgeschreven” de noodklok. Alleen bij voldoende initiatieven uit de bevolking en met ruime financiële ondersteuning van fondsen en andere geldschieters kan het theater gered worden, zo is zijn oordeel. Redding blijft echter uit. Het theater raakt steeds verder in verval én in de vergetelheid.
Heropening
De kentering komt pas eind 2004. Op initiatief van enkele actieve inwoners van Winterswijk, Ineke van der Land, Ank Govers en Veronie Snijder, en met steun van de gemeente Winterswijk worden plannen gesmeed voor een ingrijpende renovatie van het theater. In 2006 wordt een nieuwe Stichting Openluchttheater Huininkmaat in het leven geroepen. Er worden houten banken met 350 zitplaatsen gebouwd en in samenwerking met de scouting wordt het oude kleedhuisje vernieuwd. Op 20 september 2009 vindt de feestelijke heropening plaats.
Kleinschaligheid is het kernwoord van de stichting. Megaspektakels zijn in de Huininkmaat niet te verwachten. Toch komt ook de popliefhebber er inmiddels weer aan zijn trekken. Met “Wenters Open Air” wordt gedurende een aantal jaren aan Winterswijkse en regionale acts een podium geboden. Sinds 2017 is men overgestapt op de jaarlijkse Tribute Night. In het eerste jaar waren coverbands van Led Zeppelin en Pink Floyd te zien en te horen. Vorig jaar kon het publiek genieten van bands die Creedence Clearwater Revival en Herman Brood zo natuurgetrouw mogelijk naspeelden. Dit jaar, het jaar waarin het vernieuwde openluchttheater zijn tienjarig bestaan viert, waren vertolkers van Amy Winehouse en Bob Dylan aan de beurt.
Van jongerencultuur is geen sprake meer. Werden in de jaren zeventig de tieners en twens nog aangesproken, tegenwoordig zijn de popactiviteiten in het openluchttheater vooral een feestje voor muziekliefhebbers in de leeftijdscategorie van de lezers van deze krant. Waarmee overigens niets mis is.

Erik Meinen is medewerker van het Poparchief Achterhoek en Liemers (PAL). In 2009 was hij eindredacteur van het boek “Popmuziek in Winterswijk – Een greep uit vijftig jaar pophistorie”. Voor de 50+ Krant duikt hij in de geschiedenis van de plaatselijke (pop)muziek- en jeugdcultuur.

Foto’s:
De Tribute Night in het vernieuwde Openluchttheater De Huininkmaat (2017). Foto: Theo Plekenpol
Een ansichtkaart van het vroegere Openluchttheater De Huininkmaat. Foto: PAL/ECAL
De poster van het Amnesty popfestival in 1973. Foto: PAL/Dolf Ruesink
Het jeugdige publiek geniet van het Amnesty popfestival (1973). Foto: Kees Th. Westendorp
Een blik op de podia en het publiek tijdens het Amnesty popfestival (1973). Foto: Kees Th. Westendorp

 

 

 

 

 

 


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

Unable to display Facebook posts.
Show error

Error: An access token is required to request this resource.
Type: OAuthException
Code: 104
Please refer to our Error Message Reference.

Gerelateerde artikelen