Het jaar van meester Meinen

28 januari 2019

Natuurbeschrijvingen van onderwijzer lokten Jac. P. Thijsse naar Winterswijk

 

Het komende jaar wordt voor mij het jaar van meester Meinen, zoals veel mensen hem nog steeds kennen. Er is geen speciale reden om van 2019 een Meinenjaar te maken. Hij werd in Corle geboren op 9 augustus 1881 en overleed in Kotten op 5 april 1935. Zijn opmerkelijke artikelen over het Korenburgerveen schreef hij in 1909 en zijn Gids voor Winterswijk en omgeving verscheen in 1918. Wel verschenen er in 1919 twee artikelen met de titel “Natuurgenot” in het blad de Levende Natuur.

 

Door Bernhard Harfsterkamp

In Winterswijk is Gerrit Jan Meinen bekend als dialectschrijver. Hij creëerde Knelis en Willem, die met een beeldje op de Markt zijn verbeeld. Een kleine replica van het beeld wordt door de gemeente nog steeds gebruikt als bijzonder geschenk. Voor mij is Meinen echter op de eerste plaats een natuurschrijver. Door zijn artikelen over de natuur van Winterswijk heeft hij een belangrijke rol gespeeld bij het landelijk bekend maken van het fraaie kleinschalige landschap in het verre oosten van Nederland. Tijdens het leven van Meinen was dat landschap overigens niet alleen kleinschalig, want rondom het oude kleinschalige landschap lagen nog uitgestrekte heidevelden.

 

Passie
Zonder meester Meinen was er denk ik geen Nationaal Landschap Winterswijk geweest. Was hij er niet geweest, dan was van dat bijzondere landschap veel minder bewaard gebleven. Te weinig om het een speciaal predicaat te geven. Het grootste deel van zijn leven was hij onderwijzer met een grote passie voor de natuur in zijn eigen omgeving. Daarover schreef hij graag en in 1903 verscheen zijn “De landman en de natuur” in de Levende Natuur. Dat blad was opgericht door Jac. P. Thijsse, bij vele mensen nog bekend van de Verkadealbums over de natuur van Nederland. Daarin kon je plaatjes plakken, die je bij de koekjes kreeg. De andere oprichter was Eli Heimans, die door zijn vroege dood niet dezelfde faam kreeg als Thijsse, maar net zo belangrijk in de beginperiode van het blad was.

HetWinterswijkse landschap wordt gekenmerkt door kleinschaligheid

Beekbossen
De Levende Natuur werd al snel invloedrijk. Het werd het blad voor iedereen in Nederland die serieus bezig was met natuur. Door de artikelen van G.J. Meinen maakten vele natuurliefhebbers voor het eerst op papier kennis met de veelzijdige natuur van Winterswijk. Eerst waren die artikelen nog algemeen, maar weldra beschreef Meinen natuurgebieden, zoals het Korenburgerveen, dat hij nog Konenburgerveen noemde. Hij schreef ook over de beekbossen die door de voorjaarsflora in de lente zo fraai zijn.  Voor Jac. P. Thijsse was het reden genoeg om zelf naar Winterswijk te gaan. Hij kwam er daarna regelmatig en in zijn voetsporen volgden vele biologen, van wie er enkele grote invloed hebben gehad op het natuurbeleid van de rijksoverheid in de tweede helft van 20e eeuw. Dankzij hen werd Winterswijk een gebied waar natuur en landschap landelijke en provinciale een streepje voor kregen. Daar kon niet alles meer.

 

Gids

De belangrijkste publicatie van G.J. Meinen over natuur en landschap van Winterswijk is de in 1918 verschenen Gids van Winterswijk en omgeving. Het is de eerste uitgebreide beschrijving van het buitengebied, waarin de opbouw van het landschap wordt beschreven, maar waarin ook diverse natuurgebieden worden besproken. Tenslotte is er een opsomming van bijzondere planten- en dierensoorten. Die gids is bedoeld als VVV-gids, maar heeft wel een heel ander karakter dan de VVV-gidsen die we van tegenwoordig kennen. Hoe ruim die gids in 1918 al werd verspreid is mij onbekend. De geïnteresseerde van toen moest er wel even voor gaan zitten om een goede indruk te krijgen van alle pracht, die in het potentiële vakantiegebied aangetroffen kon worden. Maar wie in de gids begon te lezen, zal snel enthousiast zijn geworden over de Winterswijkse natuur. Meinen kon immers niet alleen prachtige dialectverhalen schrijven, zijn natuurverhalen zijn minstens zo fraai en zeer leesbaar geschreven. Met die gids van 1918 in de hand zal ik in 2019 regelmatig op pad gaan in het Nationale Landschap Winterswijk. Natuurlijk zal er het nodige veranderd zijn, maar ik hoop regelmatig te constateren dat er nog veel van wat Meinen zo mooi beschrijft mede dankzij zijn inspirerende werk is behouden.

Portret Gerrit Jan Meijnen. Collectie Oud-Winterswijk

Het Vragenderveen, onderdeel van het Korenburgerveen

De waterviolier, waarover meester Meinen ook een artikel schreef.

Een heiderestant, met bijenkasten


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

1 dag geleden

De 50+ Krant

Treinverkeer tussen Zutphen en Winterswijk stilgelegd vanwege grote rookontwikkeling door heidebrand. Arriva zet bussen in.
UPDATE: Brand is geblust, treinverkeer wordt spoedig hervat.
... Bekijk meerBekijk minder

Bekijk op Facebook

Gerelateerde artikelen