Nando Smid 40 jaar in uitvaartwereld: “Iemand herdenken exact zoals-ie was”

4 juni 2019

Nando Smid (71) heeft de rituelen rond de dood de afgelopen decennia enorm zien veranderen. Van zwart en zwaar naar kleurrijk en los van toon. “Elke uitvaart is tegenwoordig weer anders. Dat maakt het voor mij ook altijd boeiend.” Een gesprek over veertig jaar werken in de uitvaart.

Door Jan Ruesink

Hij kan er nog steeds smakelijk om lachen. Toen Nando Smid veertig jaar geleden ontslag nam als automonteur bij garage Wiechers-Stortelers aan de Singelweg, kreeg hij van zijn collega’s als afscheidscadeau een zwarte paraplu, een zwarte sjaal, een zwarte stropdas en zwarte handschoenen. Want Nando, toen 31 jaar, ging aan de slag als uitvaartbegeleider. “En alles rond begrafenissen was destijds zwart. Traditioneel, zwaar en plechtig. En in de buurtschappen betaalden de naobers de advertentie en droegen ze de kist, er kwam een glas sigaretten en sigaren op tafel, met een cb’tje (citroenbrandewijn) erbij.”
Nando had via zijn buurman, Jan Dimmendaal, die uitvaartleider was bij de Stichting Hervormde Diaconie, al eens kennisgemaakt met begrafenissen. “Toen zei ik: als er ooit een post vrij komt, dan lijkt me dat wel wat. De manier waarop je met mensen kunt omgaan sprak me erg aan, rustig en toch met zelfvertrouwen. Toen er een vacature kwam, heb ik dus gesolliciteerd. Ik en een andere kandidaat moesten voor een heel college verschijnen, met mevrouw Droppers als strenge voorzitter. Na mijn presentatie moest ik in een kamer wachten op hun bericht. Na een poosje hoorde ik iemand hard vloeken en met deuren slaan. Ik dacht: dié is het waarschijnlijk niet geworden. En ja hoor, ze hadden de keus op mij laten vallen. Het was half april en ik kon op 1 mei beginnen. Niet in loondienst hoor, ik werd per uitvaart betaald. De eerste agenda heb ik nog en ik weet nog dat ik die eerste zomer één keer zeven overlijdens in een nacht had. Ik deed destijds samen met Jan Dimmendaal ongeveer 250 uitvaarten per jaar, dus eigenlijk elke werkdag wel een en in de vakantie ging het werk gewoon door. Met pieken in hete zomers en strenge winters.  Nee, ik was toen nog geen spreker, maar uitvaartverzorger/leider. Het enige wat ik moest zeggen waren dingen als ‘We zijn aan het einde gekomen van deze plechtigheid’ en ‘We gaan nu te voet naar de begraafplaats’. Spreken ben ik pas in 2000 gaan doen, een paar jaar nadat Jan Dimmendaal, van wie ik veel geleerd heb, ermee gestopt was . In die jaren deed ik bij uitvaartcentrum De Balinkes  gewoon dag en nacht mijn werk, tot ik in 2007 op zestigjarige leeftijd met de vut ging en GUV het uitvaartcentrum overnam. Sindsdien ben ik volledig als uitvaartspreker actief.”

Goed luisteren
Smid werkt in de driehoek Winterswijk-Zutphen-Arnhem en wordt ingeschakeld door organisaties als GUV, Dela, Monuta, Derksen en Iris, maar ook wel direct door nabestaanden van overledenen.
Af en toe spreekt hij bij de uitvaart van zijn eigen familieleden of bekenden, maar meestal zijn het volslagen onbekenden over wie hij geacht wordt iets kenmerkends te zeggen. Smid: “Ik verdiep me voorafgaand aan een gesprek met de familie niet in het leven van die mensen, ik bel niemand en ik google ook niets. Bij de afspraak kijk ik wel eerst goed om me heen, want in de tuin bijvoorbeeld kan ik iets zien wat op iemands hobby duidt. Ik begin meestal met de vraag of het overlijden onverwacht kwam. Dan komen mensen vanzelf wel los en loop je niet het risico iets verkeerd te zeggen over de omstandigheden waaronder iemand is overleden. Ik luister goed en vang tegelijk op wat de kinderen tussendoor tegen elkaar zeggen. Vaak zit daar wel iets bij wat die persoon typeert. Thuis werk ik alles direct uit op de computer en maak ik mijn verhaal in chronologische volgorde.  Ze benaderen mij vooral als het niet zo zwaar moet worden. Ik vraag altijd wat ik niet mag zeggen en het blijft netjes, maar iets grappigs of lichts mag best. Per spreekbeurt ben ik toch wel tien uur bezig en ik ben echt tevreden als mensen na afloop zeggen: goh, dat u dàt over hem wist, of het was exact zoals hij of zij  was, bent u soms familie? Dat is de kunst van het spreken.”

Nando zegt dat hij altijd wel professionele afstand kan houden, al wordt hij ook regelmatig getroffen door het verdriet van anderen. “Bij de sterfte van een kind bijvoorbeeld, maar ook als een vader van jonge kinderen zichzelf om het leven heeft gebracht en het kind zegt bij de kist: ‘papa, waarom? Nou zien we je nooit meer’. Zoiets raakt me dan diep.” Nando’s echtgenote Erna: “Dat merk ik direct aan hem, dan is-ie stil en teruggetrokken.” Nando knikt en zegt dat praten heel belangrijk is. “Maar ook mijn hobby’s zijn een uitlaatklep. Een ritje op de motor of fluiten bij voetbal.” Nando is clubscheidsrechter bij FC Trias en voorzitter van  Scheidsrechtersvereniging Winterswijk en Omstreken. “Ik doe het graag, het is een beetje afleiding en ik merk dat ik daar profijt heb van mijn werk. Ik praat vooraf al met ze: jongens, wat gaan we doen vandaag? Voetballen? Okee, daar houd ik je aan. Dan gaat het meestal goed.”

Gekke dingen
Smid groeide op in een Nederlands-Hervormd gezin, maar is niet echt kerkelijk. “Ik weet alleen wel dat er meer is. Ik heb weleens een visioen dat ik mijn overleden vader zie, met hem praat en zelfs antwoord krijg. En het overlijden van mijn moeder had ik een jaar ervoor al tegenover mijn broer voorspeld. Nee, ik geloof niet dat ik paranormaal of zoiets ben, maar af en toe gebeuren er gekke dingen. Zo had een familie eens een Bijbeltekst uitgekozen en toen ik de kansel betrad, lag de Bijbel daar opgeslagen op exact die pagina.”
Nando zegt na veertig jaar nog steeds veel plezier te hebben in zijn werk en dat is best opmerkelijk, “want niet zo heel veel houden het lang vol in dit vak. Ze komen iets tegen wat moeilijk te verwerken is. Daarom is praten ook zo belangrijk. Zolang ik fit genoeg ben, wil ik ermee door. Het blijft boeien, want tegenwoordig is elke uitvaart weer verschillend, de toon, de kleding, de catering, de muziek (‘de tijd van Mieke Telkamp is geweest, het is nu meer Time to say goodbye’), maar het is ook vaak op een andere plek, in een hotel, in een tuin, in verzorgingshuizen. Laatst was daar nog een uitvaart van een bejaarde vrouw. De kist moest van de nabestaanden open blijven tijdens mijn rede, ‘want dan hoort ze het tenminste nog’. Heel mooi en bijzonder.”

 

‘Zingen laat ik aan mijn broer over’

Nando Smid werd op 15 november 1947 geboren in Apeldoorn, als derde van de negen kinderen in het gezin, vijf jongens en vier meisjes. Zijn vader werkte zich steeds verder hoger op en het gezin verhuisde later naar Enschede, Glanerbrug en Lichtenvoorde. Nando volgde de mulo en werkte tot 1979 in de autobranche.
Nando is een van de vier broers die in Winterswijk wonen: met Marcel, die sinds vorig jaar restaurant De Gulle Smid runt, oud-marechaussee Geert en zanger Ernst-Daniël die ook terugverhuisd is naar Winterswijk. “Mensen zeggen weleens dat ze wel kunnen zien dat ik een broer van Ernst-Daniël ben. Nee, zingen doe ik niet zo vaak op uitvaarten, dat laat ik graag aan mijn broer over. Af en toe vroegen ze of mijn broer op de uitvaart kan komen zingen. En dat gebeurde dan nog weleens.”

Nando is getrouwd met Erna en samen hebben ze  vijf kinderen , tien kleinkinderen en één achterkleinkind  waar ze veel van houden, “net als van de hond Pepper, die vaak mee gaat met een weekendje weg. Want een uitstapje verdient ieder mens, dan kun je er weer tegenaan.”


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

Unable to display Facebook posts.
Show error

Error: (#4) Application request limit reached
Type: OAuthException
Code: 4
Please refer to our Error Message Reference.

Gerelateerde artikelen