“Strunkebraon”

24 juli 2017

Diana Abbink

De Dialectkring Achterhook en Liemers, de vereniging waar ik voorzitter van mag zijn, bestaat dit jaar 60 jaar. Een feit dat het waard is om gevierd te worden, en dat gaat zeker gebeuren want gelukkig is de vereniging vitaal en springlevend.

 

Het aantal mensen dat plezier beleeft aan de streektaal groeit. Prachtig om te zien hoe mensen kunnen genieten van verhalen en gedichten, muziek of een kerkdienst in het dialect. De streektaal is een belangrijk onderdeel van de Achterhoekse identiteit, een middel om op geheel eigen, karakteristieke wijze uiting te geven aan humor en gevoelens. Dus waarom zou je wel oude gebouwen, boerderijen en landschappen willen bewaren maar niet de streekeigen taal?

Veel dialectwoorden zijn te herleiden naar gebruiken en instrumenten uit het boerenleven, en natuurlijk ook naar het weer. Met de zomer voor de deur heb ik er een paar uitgelicht.

 

Als het slecht weer was zat de boer soms de hele dag in de schoppe (=boerenschuur) om zijn gereedschap te herstellen of andere binnenklusjes te doen. Daarom spreken we op een regenachtige dag ook wel van een schoppendag of schoppenweer. Wordt er daarentegen gezegd: “morgen he’w ne natten dag” of “ne natten aovend”, dan wordt bedoeld dat er morgen(avond) een feest of kermis is.

Een mooi werkwoord is strunkebraon. Letterlijk betekent het stronken braden. Loof van kool of aardappelen werd vroeger aangestoken op het land, en dat was een aangenaam klusje voor jonge lui of het jongste knechtje dat er de kantjes wel even af wilde lopen. In figuurlijke zin wordt het gebruikt als iemand loopt te lanterfanten of nutteloos werk doet.

Je begrijp: iedereen die binnenkort vakantie heeft wens ik hierbij weinig schoppendagen toe (behalve af en toe eens één voor tuin en gewas), en veel gelegenheid voor strunkebraon om de accu weer goed op te laden!


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

Gerelateerde artikelen