‘De samenleving is gemêleerd en daar moet je in mee’

25 mei 2018

CV

Naam: Ismaël Johannis

Geboren: 16 september 1973 te Winterswijk

Woonplaats: Winterswijk

Werk: Preventieadviseur verslavingszorg bij IrisZorg, gemeenteraadslid (CDA)

Kinderen: Olivia (14) en Julie Ann (5)

 

 

Een piepklein stukje geschiedenis

In 1951 werden ongeveer 12.000 Molukkers naar Nederland overgebracht. Het ging voornamelijk om militairen die hadden gediend in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) en hun gezinsleden. Onder hen ook de grootouders van Ismaël Johannis en zijn ouders die op dat moment een jaar of vijf oud waren. Beide grootouders kwamen met hun kinderen eind jaren vijftig terecht in Kamp Vosseveld aan de Steengroeveweg in Winterswijk. De Molukkers, toen vooral bekend als ‘Ambonezen’, mochten in eerste instantie niet integreren, aangezien het verblijf in Nederland tijdelijk zou zijn. Uiteindelijk bleek dat terugkeer naar Indonesië geen optie meer was en werd er speciaal voor de Molukkers in Winterswijk een wijk gebouwd; Hakkelerkamp-Oost.

 

Ismaël Johannis eerste Winterswijks raadslid van Molukse afkomst

 

Ismaël Johannis (44) groeide in de jaren 70 en 80 op in de toenmalige Molukse wijk in Winterswijk-Oost. Tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen, op 21 maart van dit jaar, werd hij in gemeenteraad gekozen. Bijzonder, want hij is het eerste gemeenteraadslid in Winterswijk met een Molukse afkomst.

 

Door Daniëlle Carrière

 

Ismaël, jij bent tweede generatie als het gaat om je Molukse achtergrond?

“Volgens de Nederlandse maatstaven ben ik tweede generatie, aangezien mijn ouders in Indonesië zijn geboren. Echter veel van mijn ooms en tantes zijn in Nederland geboren en van dezelfde generatie als mijn ouders. Ik zie mijzelf dus als derde generatie. Op de basisschool, de Prins Willem Alexander school, voelde ik me niet anders. Ik ben hier opgegroeid en ik wist niet anders.”

 

Heeft jouw achtergrond wel invloed op je (gehad)?

“Mijn opa’s en oma’s hebben altijd gezegd dat ze ooit terug zouden gaan naar de Molukken. In eerste instantie mochten ze ook niet integreren, want dan krijg je menging en dat mocht niet, omdat ze terug moesten. Dat is nooit gebeurd. Door de jaren heen merk ik met mijn vrienden, dat wij echt wel kind zijn van die situatie. Van ouders die tegen hun wil hier zijn gekomen en dat neemt natuurlijk wel allemaal obstakels met zich mee. Wij zijn geïntegreerd, maar dat heeft wel tijd gekost.”

 

Wat doe je voor werk?

“Ik werk in de verslavingszorg. Eerst ben ik via een goede vriend de jeugdhulpverlening in gegaan. We hebben toen de opvang van minderjarige asielzoekers verzorgd in Borculo, de LEO stichting. Toen dat project afgelopen was, heb ik gesolliciteerd bij een dagopvang dienstencentrum in Arnhem. Zij deden de dagopvang van dak- en thuislozen en drugsverslaafden. Ik kwam bijna dertien jaar geleden terecht bij deze stichting en deed voornamelijk de opvang voor dak- en thuislozen. De stichting fuseerde en heet nu Iris Zorg. Hier doe ik de preventie voor verslavingszorg.”

 

Maatschappelijk betrokken, zit dat in je?

“Ja ik heb wel een grote betrokkenheid denk ik, met allerlei doelgroepen. Tijdens de verkiezingen heb ik ook contact gezocht met verschillende doelgroepen, de Marokkaanse gemeenschap, de Turkse gemeenschap, de mensen die vroeger in het woonwagenkamp woonden …”

 

Laten die mensen je toe omdat jij ook een ‘andere’ achtergrond hebt?

“Ja, ik denk deels wel. Maar ik denk dat het vooral valt of staat door je houding. Het is niet dat de verslavingszorg alleen in die doelgroepen speelt. Je ziet het overal. Het is de kunst om met iedereen contact te kunnen leggen en vertrouwen te winnen en daarnaast ook kennis hebben van wat er speelt.”

 

Hoe kom je aan die kennis?

“Door er gewoon maar mee bezig te gaan. Ik heb altijd in jeugdhulpverlening gewerkt en vervolgens in de verslavingszorg en ik ben binnen de instelling constant getraind en geschoold. Dus ik heb ruime kennis van verslaving, maar vooral ook van drugs. Ik ben werkzaam in de hulpverlening in drie gemeentes: Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk. Ik geef ook voorlichting op festivals, adviseer gemeentes en ik doe mee in de sociale wijkteams. Zelf heb ik enige ervaring met de gangbare drugs. Ik heb wel gezien in mijn netwerk wat de keerzijde is en dat het ook mis kan gaan. Dat is ook een stukje ervaring en dat neem ik wel mee.”

 

Hoe ben je in de politiek terechtgekomen?

“Voor de vorige verkiezingen, in 2014, sprak ik met het voormalige CDA-raadslid Tom de Graaff. Die kende ik al en ik sprak hem op het Volksfeest. Hij hoorde wat mijn achtergrond was en mijn dagelijkse bezigheden zijn en op wat voor een manier ik werkzaam ben in de gemeente. En hij had zoiets van ‘ja, dat zijn wel mensen die we nodig hebben in de politiek.’ Dat is denk ik ook de reden dat hij mij heeft gevraagd.”

 

Zei je meteen ja?

“Ik had niet zozeer een affiniteit met politiek, maar wel met het wat willen doen voor de mensen. En vooral ook voor mijn achterban. Met mijn achterban bedoel ik niet zozeer de Molukse gemeenschap, maar wel mensen met een andere culturele achtergrond. En om de vraag te beantwoorden: ik moest er even over nadenken. Voor mij was politiek ook een beetje ver-van-mijn-bed-show. Ik stemde landelijk wel altijd, maar gemeentelijk niet.”

 

De installatie van de nieuwe CDA-raadsleden, met v.l.n.r. Wim Wassink, Wim Elferdink, Wilma Elsinghorst-van Dinteren, Ilse Saris, Jacqueline van der Vinne, Ismaël Johannis en Thomas de Roos (en burgemeester Joris Bengevoord).

 

En nu dus het eerste raadslid in Winterswijk met een Molukse achtergrond?

“Ja, ik heb me laten vertellen dat ik de eerste Molukker ben in de Winterswijkse raad. In het verleden hebben we wel Molukkers op een niet verkiesbare plek op een lijst gestaan. En tijdens deze verkiezingen stond Joram Taihuttu op de lijst van de PvdA. Hij is niet verkozen, wat ik jammer vond. Ik had het leuk gevonden als we samen in de raad hadden gezeten.”

 

Hoe waren de reacties toen je werd verkozen?

“Ik kreeg uit verschillende hoeken positieve reacties. Veel mensen vinden het bijzonder. Ik kreeg toen de verkiezingsuitslag bekend was een kaartje van juffrouw Muis in de bus. Zij heeft ons als Molukse kinderen in de klas gehad. Wij werden als Molukse kinderen regelmatig door haar apart genomen. Je leert ook het best als je de kans krijgt om je thuis te voelen. We leerden van haar bijvoorbeeld ook de Molukse liedjes.”

 

En wat doet het met jou?

“Nu ik er zo over nadenk vind ik het ook wel bijzonder. Ik denk dat ik, en dat wil ik ook, hiermee een voorbeeld kan zijn. Het zou mooi zijn als het door verschillende doelgroepen gezien wordt en dat ze denken ‘hé, zo’n ver-van-mijn-bed-show is het eigenlijk niet’. Ik spreek nu ook steeds meer mensen die zich in de toekomst willen gaan bezighouden met de politiek.”

 

Kun je je werk en de gemeenteraad goed combineren?

“Ja, ik ben denk ik tien tot vijftien uur per week met de raad bezig. Vergaderen, voorbereiden, maar ook contacten onderhouden met mijn achterban en de samenleving. Dat doe ik vanuit mijn werk natuurlijk al heel veel. We zitten nu voor dit interview in Den Angang, maar daar zit ik verder ook regelmatig. Ik vind het fijn om tussen de mensen te zijn. Ik ben echt geïnteresseerd in mensen. Aan de overkant heb je bijvoorbeeld Fairplay, daar loop ik wel eens binnen en bijvoorbeeld ook in de coffeeshop. Ik wil zien wat de mensen bezig houdt.”

 

Wat zou je in Winterswijk willen veranderen?

“Winterswijk doet het goed hoor, maar ik vind dat er in Winterswijk nog meer samenhang moet komen tussen mensen met verschillende achtergronden. Ik zie dat we elkaar soms niet begrijpen. Ik denk dat het belangrijk is dat we oprechte interesse tonen. Hoe we nu voor elkaar zorgen en hoe we naar elkaar omkijken is heel erg voorgeschreven. De overheid heeft bepaald hoe we met elkaar moeten omgaan en zo doen we dat ook bijna automatisch. De gastvrijheid en het zomaar door de achterdeur bij iemand binnenlopen is er bijna niet meer.”

 

“Ik heb grote interesse voor wat er in de samenleving gebeurt. De samenleving is heel erg in beweging en we kunnen niet altijd die regels toepassen die honderd jaar geleden zijn gemaakt in een periode dat Nederland bijna alleen maar uit blanke Nederlanders bestond. De samenleving is heel erg gemêleerd en je moet daar gewoon in meebewegen.”

 

Wil je dat ook aan je dochters meegeven?

“Mijn dochters Olivia en Julie Ann hebben een Nederlandse moeder. Ik vind het vooral belangrijk dat ze zorgen dat ze in balans komen. Ze hebben ouders met verschillende achtergronden. Ik vind het belangrijk dat ze weten waar ze vandaan komen en dat ze hun eigen identiteit mogen vormen. Dat ze mogen zijn die ze willen zijn. En ook trots mogen zijn op wie ze zijn en waar ze vandaan komen.

 

Dhr. Reitsma (PWA) schreef een gedicht ‘Dit was groep 8 1985-1986’ met over iedere leerling vier regels. Over Ismaël schreef hij:

Ismaël is vaardig in het schetsen.

Door je gedrag zul je niet snel een ander kwetsen.

Want door je kalmte en de rust die je verspreidt

raak je niet gauw je kameraden kwijt.

 


PWA 1982. Van boven naar beneden en vlnr: Melvin Pietersz, Daniël Slotboom, Jenny Noya, Mary Noya, Carel Taihuttu, Samantha Sipahelut, Manuela Pietersz,

Latoya Pietersz,StanleyLaisina, Alexander Sedubun, Mona Singadji, Nina Noya, Rouchelle Pietersz, Juf Muis,

Miranda Laisina, Nanny Noya ,Ismaël Johannis, Ritchie Sipahelut, Abba Noya,Nino Oppier,

Melati Johannis, Phaidra Johannis, Adille Sedubun, Sandro Singadji en Roman Latuputty.

NB: Ritchie en Roman zijn inmiddels overleden. Melatti is de weduwe van Roman.

Reünie. Van boven naar beneden vlnr: Ismaël Johannis, Daniël Slotboom, Alexander Sedubun, Stanley Laisina, Nanny Noya, Melati Latuputty, Juf Muis, Miranda Laisina.


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

This message is only visible to admins.

Problem displaying Facebook posts.
Click to show error

Error: Server configuration issue

Gerelateerde artikelen