Een onfris luchtje

4 februari 2019

 

Mijn verwekker was een zeer intelligente man die graag wilde doorleren. Als kind van een schoenmaker moest hij echter op jonge leeftijd noodgedwongen voor zijn vader gaan werken omdat deze moeite had de touwtjes voor zijn gezin aan elkaar te knopen. Zelfs een dringende aanbeveling van de hoofdonderwijzer Gerard naar de middelbare school te sturen kon mijn opa niet vermurwen.

In de oorlog gaf pa een onzekere toekomst als schoenmaker op en werd politieagent om voor vrouw en zeven kinderen te zorgen. Hij heeft ons altijd aangeraden ook ambtenaar te worden: baanzekerheid en het welvaartvaste pensioen waren belangrijk.

Ik wilde dierenarts worden. Het lot heeft echter anders beschikt: ik werd docent. 42 jaar heb ik leerlingen de beginselen van de taal– en letterkunde van de inwoners van het ooit zo machtige Albion bijgebracht. Vaders wens was dan toch in vervulling gegaan.

Over mijn pensioen maakte ik mij totaal geen zorgen, dat was bij het ABP natuurlijk in goede handen.

Twee jaar geleden heb ik mijn versleten, rafelige schooltas aan de wilgen gehangen, en weet nu beter: de pensioenen In Nederland zijn al meer dan tien jaar niet geïndexeerd, gepensioneerden hebben inmiddels meer dan 10 % ingeleverd. Ik heb geen verstand van pensioen – ik ben van het naïeve soort –  en ging ervan uit dat de beslissing deze te bevriezen onvermijdelijk was.

De economie loopt als een tierelier, het geld klotst tegen de plinten, maar van enige verhoging lijkt voorlopig geen sprake. En dan lees je dat de twee grootste pensioenfondsen het astronomische bedrag van 1,5 miljard hebben uitgekeerd aan prestatievergoedingen voor externe vermogensbeheerders omdat deze een rendement boven een bepaalde waarde hebben gerealiseerd. Dus geen geld om de oudedagvoorziening fatsoenlijk te indexeren, maar wel bonussen voor vermogensbeheerders die eigenlijk gewoon hun werk doen?

Dit soort deals hebben in de bankwereld geleid tot pervers graaigedrag met alle gevolgen van dien. Helaas zijn veel bankmanagers, na een financiële pas op de plaats tijdens de crisis, weer overgegaan tot de orde van de dag: via allerlei schimmige constructies laten ze zich weer lekker vetmesten. De arrogantie van het grootkapitaal, solidariteit komt kennelijk niet in hun vocabulaire voor.

We hebben deze ‘toppers’ nodig, anders gaan ze weg, is steevast het verweer. Gaan en nooit meer terugkomen, denk ik dan. ‘Pecunia non olet’ (geld stinkt niet) zeiden de Romeinen heel lang geleden, maar ik heb zo mijn twijfels. Voor sommige Dagoberts Duck is het blijkbaar nooit genoeg: daar zit een penetrant en onfris luchtje aan.


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

This message is only visible to admins.

Problem displaying Facebook posts.
Click to show error

Error: Server configuration issue

Gerelateerde artikelen