Het paasvoetbaltoernooi zet de tijd even stil

31 maart 2018

Nooit, nooit zullen we die goede vrijdagen vergeten in de jaren zestig en de prille jaren zeventig. Het paasvoetbaltoernooi was een hoogtepunt in het leven van ons jongens uit de bomenbuurt. Ook nu – anno 2018 – rolt de bal nog altijd op Goede Vrijdag, als de scholen elkaar bestrijden in een felle doch sportieve strijd. Tijd voor een herinnering; persoonlijk, een tikje sentimenteel maar waarschijnlijk zo herkenbaar voor velen. Daarom geschreven in de derde persoon, want de geur die er uit opstijgt, is de geur van een generatie.

door André Vis

1969, begin maart. Op het prikbord stonden de namen geschreven op een A4-tje en uiteraard stond zijn naam er niet bij. Hij zat immers nog maar in de vierde klas van de Professor Kohnstammschool, die tempel die hij dagelijks binnenging met het typische gevoel van een negenjarige – vol verwachting, vrees, hoop, blijdschap en al die emoties die het leven tot zo’n ongewis project maken. Nee, de jongens uit de vijfde en zesde klas maakten uit wie zijn school zouden  vertegenwoordigen bij het paasvoetbaltoernooi.

 

“Het shirt, een erehabijt dat de gelukkigen mochten dragen”

 

Coltrui
Een jaar eerder was hij er voor het eerst geweest, achterop de fiets bij zijn broer, want zijn broer’s ULO had een team dat de plaatselijke HBS kon verslaan en er waren supporters gewenst, groot en klein. Zijn broer haalde het basisteam niet, maar in het doel van de plaatselijke ULO stond zijn broers vriend, Bertie Peters. Die leek sprekend op Jan van Beveren, die op zijn negentiende een half jaar eerder zijn debuut had gemaakt in het Nederlands elftal. Bertie had hetzelfde postuur; die stijl, die gratie, de ballen klemvast plukkend uit de lucht. En Bertie had een coltrui, net als Jan van Beveren. Dat had hij een week eerder nog gezien toen Bertie bij zijn broer op bezoek was en ze Eloïse van Barry Ryan op de pick-up draaiden – zo hard dat zijn moeder kwaad was geworden.

De ULO won niet. Het verloor met 1-0 maar de HBS had Guus Stemerdink – Guusje voor liefhebbers – een prachtige speler, dus zo merkwaardig was dat niet. Toch was dat niet het enige dat de dag zo fascinerend maakte. Het was alles wat zijn zintuigen bereikte: de aanmoedigingen, de intrigerende naam van de locatie: Morgenzonweg, het cementen urinoir achter veld 2, de vlaggen, de geur van de ontluikende lente, de prachtige Engelse tribune op het hoofdveld die deed denken aan de Kinks, de Beatles en George Best. En de nuffige MMS-meisjes fascineerden hem, die gedurig voor de schare ULO-supporters liepen, daarbij zacht maar hoorbaar zingend: ‘Hup lyceum…. Hup’.

Alles klopte aan het paasvoetbaltoernooi in de jaren zestig, de namen van de scholen, de shirtjes: school O, school C, de Wilhelminaschool, school N, de St. Jozefschool. Sommigen zijn er nu nog, zoals de Wilhelminaschool en de St. Jozefschool maar ach wat een armoede dat scholen thans namen dragen als de Schakel en de Kolibrie. Alsof een school een vogel is.

 

“Morgenzonweg, het cementen urinoir, de vlaggen, de geur van ontluikende lente, de prachtige Engelse tribune”

 

Sacraal
En dan de shirtjes. De Wilhelminaschool in de sixties, die groene shirts met een brede verticale oranje baan op borst en rug. De St. Jozefschool, de oranje shirts met zwarte broek en bovenal de zwarte driehoek voor op het shirt – van de beide schouders tot op het borstbeen. De buurtschappen: het groen van Meddo, het geel van Miste ontleend aan MEC. Het shirt als identiteit, niet ontsierd door reclame zoals in het echt Real Madrid toentertijd in het smetteloze wit speelde, bijna te sacraal om aan te raken, zo’n shirt. Een erehabijt – dat was het, het shirt dat de gelukkigen mochten dragen bij het paasvoetbaltoernooi. En nu? Nu heeft zelfs het toernooi een sponsornaam: het Gieskes Interieur Paasvoetbaltoernooi. De nieuwe tijd net wat u zegt, zou Wim Sonneveld zingen.

Van je moeder kreeg hij een pakje brood mee, zodat hij de hele dag op de velden kon rondstruinen. Waar hij de inhoud van het leven voor zich zag ontrollen in al zijn naaktheid. Vreugde, verdriet, jongens die krimpend van de pijn na een ongelukkige botsing de arena verlieten, en bovenal de keeper die de bal door zijn benen liet glippen, verwoord door Willem Wilmink in het lied De School:

(1957)

…Je speelde in een schooltoernooi en het begin was wondermooi: fijn voetbalweer, je kreeg met 10-1 op je smoel, de kleine keeper in zijn doel hij weende zeer…

 

Meester Heesen
2018, eind februari. Weemoedig struint hij in de aanloop naar dit verhaal door de site oudwinterswijk.nl. Daar ziet hij die foto van het voetbalteam van de Kohnstammschool uit 1959, het jaar dat hij werd geboren. In het bijschrift ziet hij dat de jongen links in het trainingspak Harrie Neerhof heet. Verrek, Harrie Neerhof – die heeft hij later nog gekend, en de ietwat mollige jongen rechts onderin in trui heet Hobbe de Vries. Zegt hem ook wat. Werd die later geen kapper? Maar hoog boven de jongens uit op de teamfoto torent de meester. Meester Heesen die hem achter op de fiets meenam naar het strandbad voor de zwemles, omdat hij van zijn moeder niet zelf mocht fietsen. Veel te gevaarlijk. Meester wist de weg, meester wist waarheen.

(1956)

Het paasvoetbaltoernooi is een instituut. Het doet hem denken aan een tijd dat Winterswijk nog McDonald’s-vrij was en Albrecht een bedevaartsoord waar hij Kameleon-boeken kocht, de altijd klemmende voordeur ferm opentrappend met zijn linkervoet. Dezelfde voet waarmee hij de meeste ballen beroerde, buitenkant links zoals Willem van Hanegem.

Het paasvoetbaltoernooi zet zijn tijdsbeeld even stil. Het is een stilstand om te koesteren.

Andre Vis (1959) is geboren in Winterswijk en was onder meer sportverslaggever en hoofdredacteur van de Twentsche Courant Tubantia.

Historisch materiaal: Henk Bruggers.


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

This message is only visible to admins.

Problem displaying Facebook posts.
Click to show error

Error: Server configuration issue

Gerelateerde artikelen