In de zomer vliegen de meeste vlinders

25 mei 2018

De mooiste tijd voor de liefhebbers van dagvlinders en nachtvlinders die overdag actief zijn, komt eraan. Vanaf begin juni zijn er geleidelijk aan steeds meer soorten te zien. Het ligt uiteraard een beetje aan het weer, maar als het in juli droog en warm is kun je dan de meeste vlinders zien. Dat zijn er als je naar aantallen soorten en de aantallen per soort kijkt wel minder geworden. Het verhaal is de laatste tijd vaker verteld. Voor vlinders en allerlei andere insecten is er steeds minder te beleven in ons te intensief gebruikte landschap.

 

Vlinders hebben voedselplanten, ook wel waardplanten genoemd, nodig voor hun rupsen en nectarplanten voor de volwassen vlinder. Sommige soorten zijn daarbij heel kieskeurig. De rups wil alleen eten van één plant en de vlinder drinkt het liefst nectar van één andere plant. Als die voedselplant heel algemeen is, zoals de brandnetel, hoeft dat nog niet zo problematisch te zijn. Maar als je rups alleen maar wil gedijen op een moerasviooltje, dat niet heel algemeen is, wordt het al lastiger. De tendens is dat vlinders die kieskeurig zijn het steeds moeilijker hebben. Maar zelfs gewonere soorten, die nog wel veel keuze hebben, hebben het lastig. De natuur is minder soorten- en bloemrijk aan het worden.

 

Het mooie van natuur is, dat we niet altijd alles begrijpen. Waarom is de argusvlinder bijvoorbeeld geheel verdwenen uit Winterswijk? In de jaren negentig van de vorige eeuw werd die bij een uitgebreide vlinderinventarisatie nog veel gezien. Waarom nu niet meer? Zijn de omstandigheden voor deze vlinder zoveel slechter geworden? Wel slechter, maar niet zo slecht, dat die niet meer voor kan komen. Er is dus ook nog een andere oorzaak, die we niet kennen. En waarom gaat het zo goed met het bont zandoogje, de vlinder die van bos en bosranden houdt, maar inmiddels de tuinen in het dorp heeft ontdekt.

 

Tijdens diezelfde hiervoor genoemde inventarisatie werd dat bont zandoogje nauwelijks gezien. Twintig jaar later is het een van de algemeenste vlindersoorten geworden, terwijl de omstandigheden toen net zo geschikt leken als nu. Daarom verbaas ik me elke keer in de komende tijd, en dat zal vaak zijn, als ik een bont zandoogje zal zie. Intussen is het wel duidelijk dat het met één groep vlinders, de bosvlinders, redelijk goed gaat. Dat betekent niet meteen dat ze heel algemeen zijn, maar de kans om soorten als kleine ijsvogelvlinder en grote weerschijnvlinder te zien is groter geworden.

Bont zandoogje

 

Daarnaast zijn er opvallende nieuwkomers als keizersmantel, iepenpage en  grote vos. De keizersmantel werd voor het eerst door Jan Stronks in Ratum ontdekt in 2010. Daarna bleek de vlinder op steeds meer plaatsen te vliegen. Hij ontdekte ook de iepenpage. Omdat er langs de Winterswijkse beken iepen staan, dacht hij: dan moeten er ook iepenpages zijn. Ze zijn lastig te zien, omdat ze hoog in de boomkroon rond vliegen. Maar Stronks bleef langs de iepen lopen totdat hij ze zag. Sindsdien blijken ze meer in Winterswijk voor te komen dan gedacht. Ook dat is het mooie van de Winterswijkse natuur. Zo nu en dan word je nog steeds verrast. Die momenten worden wel zeldzamer.


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

This message is only visible to admins.

Problem displaying Facebook posts.
Click to show error

Error: Server configuration issue

Gerelateerde artikelen