Intocht Sinterklaas in het Winterswijk van de jaren zestig

29 november 2018

Het zouden mooie weken worden

Als kind koester je de Sinterklaastijd. Als oudere jongere kijk je er met een glimlach op terug. Je voelt de spanning van destijds, je ziet de beelden voor je: Sint stapt uit de trein, Sint op het bordes van het gemeentehuis, Sint op school, maar bovenal dat moment dat je zelf in het middelpunt stond: op de planken van de Harmonie waar je een toneelstuk opvoert voor de andere lagere scholen.

Door André Vis

Het was koud, die zaterdag eind jaren zestig toen Sinterklaas en zijn gevolg met de trein zou arriveren op het station van Winterswijk. Een station zoals stations eeuwig moeten zijn, met muffe geuren, bruine kleuren, wachtkamers en een kantine die restauratie wordt genoemd, maar waar vooral koffie wordt gedronken. Toen Sint uit de trein stapte met zijn pieten en wij – kinderen van Winterswijk – allengs onrustiger werden, toen voelden we: dit is voor eeuwig.

We togen naar het gemeentehuis en namen geduldig plaats voor het bordes. Aanstonds zou burgemeester Vlam naar buiten komen, een burgemeester zoals burgemeesters waren: statig, plechtig, Swiebertje- en Kameleonboeken- burgemeesters waren het. De laatste in die soort was de onlangs overleden Wim Kok, alleen was die nooit burgemeester.

De heer Vlam werd gesecondeerd door de Sint en vader en zoon zagen dat het goed was. Sinterklaas werd van harte welkom geheten door de heer Vlam. Het zouden mooie weken worden en de jeugd van Winterswijk was zeer enthousiast, zo voegde de heer Vlam er aan toe. Achter vader en zoon stond tante Riek op haar sokkel met haar hert. De grootste vrouw die Winterswijk ooit heeft gekend, straalde een rust uit waaruit zoon kon afleiden dat de heer Vlam gelijk had: het zouden mooie weken worden.

Het waren jaren dat je meeste vriendjes niet meer geloofden in Sinterklaas, maar jij je niet wilde neerleggen bij het grootste bedrog dat volwassen mensen kinderen aandeden. Ze hadden oorlog gevoerd, de voorvaderen van die vaders en moeders, ze hadden mensen vermoord, soms waren families verscheurd en praatte niemand meer met iemand maar kinderen jarenlang voorliegen – dat kon niet waar zijn. Maar in de vierde klas ging je vlak voor de Sinterklaasviering voor de bijl, toen een jongen die dicht bij de Kohnstammschool woonde, verklaarde dat hij het nu zeker wist: Sinterklaas bestaat niet. De avond voordien had de jongen gezien hoe een auto stopte en hoe allemaal pakjes de school werden ingebracht. Hij was stiekem naar het grasveld geslopen en had door de ramen gekeken. De pakjes werden verdeeld over de klassen. Dit verhaal was overtuigend, temeer omdat je inderdaad in de klas je pakje ontving. Sint bestond niet en die pieten bestonden ook niet.

En ineens besefte je dat het ook wel heel kras was wat die Sinterklaas flikte. Hij kwam op de televisie aan in Veere en binnen een paar uur reisde hij het hele land door. Maar als je je schoen zette en de volgende dag zag dat er zo’n chocolademuisje in lag met een stel pepernoten die eigenlijk kruidnoten waren maar toch maar pepernoten werden genoemd, dan twijfelde je weer want je ouders zaten zeker niet in het complot. Daar waren het tenslotte je ouders voor.

Na de ontnuchtering volgde alras de vreugde. Sinterklaas staat model voor de cyclus van het leven: blijdschap, genot, verwondering, teleurstelling, volwassen worden, relativering en nostalgie.

In de zesde klas werd een stap naar het volwassen leven gezet. Je zat sinds de vijfde op de nieuw gevormde school, De Olm. Even het pad tussen de Elzenstraat en de Olmenstraat doorlopen, oversteken en daar stond-ie; een nieuwe school met nieuwe lesmethodes als zelfstandig werken. Werkstukken maken, minder klassikaal, meer individueel of in groepjes. Het leek de hoge heren – wie was onduidelijk, maar het waren in elk geval mannen die er over gingen – wel leuk als de zesde klassers van De Olm in 1970 rond de vijfde december de jaarlijkse toneelvoorstelling voor de andere scholen zouden verzorgen.

Daar stonden we dan, jongens en meisjes op de drempel van de gang naar de middelbare school en nu het middelpunt van een toneelstuk, voor andere lagere scholen met jonge kinderen. We waren een treetje opgeschoven in de hiërarchie. Het toneelstuk had de fameuze naam Jantje Jokkebrok en je speelde de tovenaar. Plaats van handeling: de Harmonie, dat in 1961 een toneelzaal had gebouwd, en over de Harmonie gaat de volgende gewichtige alinea.

De Harmonie is heilig, de Harmonie mag nooit, nooit, herhaal, nooit uit Winterswijk verdwijnen. Het is een van die schatten die het mooiste dorp van het land doet uitstijgen boven al die andere triviale dorpen. Vroeger, toen we nog geen hotel hadden – een paar honderd meter van de Harmonie verwijderd richting Groenlo – laat staan een rotonde met een Chinees wokrestaurant en een tennishal, toen we nog gewoon Jaspers hadden met de velden van de Boys er achter, toen voelden we ons weer echt thuis als we de Harmonie aan onze linkerhand zagen, komend vanuit Groenlo. De Harmonie, waarvan je hoorde dat in de jaren zestig en begin jaren zeventig op zondagavond de dansavonden plaats hadden, waar prille romances werden gesloten en verstoord, waar het altijd naar bier en shag geurde, en waar voor je gevoel alles bruin was; die Harmonie is Winterswijk. Afblijven dus (maar dit terzijde).

En zo stond je op het toneel als tovenaar met een puntmuts op van bijkans een meter die was gemaakt van hard karton door de oude juf van de eerste klas, die met zijn randen in het vlees van je voorhoofd en nek drukte en een nauwelijks te harden pijn veroorzaakte. In het souffleurshokje zat de meester voor het geval de kinderen de tekst zouden kwijtraken, maar het werd een fantastische avond, temeer omdat het Nederlands elftal met 2-0 won van Roemenië – een teken dat we na de Europa Cup zege van Feyenoord met ons voetbal echt op de goede weg waren.

Sinterklaas in Winterswijk zorgde voor de metamorfose. Van de aankomst met die trein in 1968, de spanning, de sessie bij het gemeentehuis, de ontdekking twee weken later dat kinderen werden bedonderd, tot de toneeluitvoering december 1970 in de Harmonie. Twee jaar slechts met de kracht van twintig: van kind tot de eerste puberverschijnselen. Sinterklaas flikte het allemaal en is daarom onverwoestbaar.


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

This message is only visible to admins.

Problem displaying Facebook posts.
Click to show error

Error: Server configuration issue

Gerelateerde artikelen