Koken met Bernhard: alles van het varken

28 januari 2020

Door Bernhard Harfsterkamp
Het koken heb ik geleerd van mijn moeder, die later dit jaar alweer zeven jaar dood is. Direct na haar dood heb ik het plan opgevat om een culinair requiem aan haar te wijden. Je mag het ook herinneringen aan mijn moeder noemen, waarin eten en drinken aanleiding zijn voor een verhaal. Elk jaar heb ik herinneringen toegevoegd, maar in 2020 wil ik dat requiem voltooien. Uiteraard komen mijn grootouders uit Dinxperlo er ook in voor. Mijn vader en moeder deden immers niet alleen veel voor hun kinderen en kleinkinderen, maar ook voor opoe en opa, de ouders van mijn moeder, die tot aan hun dood woonden aan de Beggelderijk in Dinxperlo, waar de familie Elburg in de loop van de jaren veertig van de vorige eeuw was gaan wonen.
Mijn ouders namen opoe en opa mee op vakantie naar Uedelhoven in de Eifel. Ze bleven nooit twee weken, want heel lang van huis zijn konden ze niet. Mijn vader haalde ze een paar dagen nadat wij in het middelgebergte waren neergestreken in Dinxperlo op en bracht ze een weekje later terug. Ook in Nederland werden er uitstapjes gemaakt en soms gingen die de grens over, want dat ligt bij ons nogal voor de hand. Een van de meest geliefde daguitstapjes was die naar de Prickingshof. Zelf ben ik er nooit geweest, maar ik weet dat het ergens tussen Dülmen en Coesfeld ligt. Verhalen heb ik er genoeg over gehoord. Als ik het goed herinner was de Prickingshof van een Bauer Ewald, een grote varkensboer die meer wilde dan alleen varkens vetmesten. Daarom begon hij met de verwerking van het vlees (misschien slachtte hij al enkele dieren zelf) en ontstond er een terras dat uitgroeide tot wat ik maar een boerenrestaurant noem. Het trok vele mensen en natuurlijk mocht je even op de boerderij rondkijken. Opa en opoe vonden het leuk om er naar toe te gaan en zodoende zijn mijn ouders er met enige regelmaat naar toe gereden.
De Prickingshof stond bekend om zijn enorme schnitzels, die je er op je bord kreeg. Ik begrijp nooit het nut van het opdienen van die enorme lappen vlees, want wie gaat nu drie schnitzels eten die samen meer dan een pond wegen? Ik heb niets tegen vlees eten, maar doe het wel met mate. Mijn moeder vond die berg schnitzels ook niets. Die koos liever voor een van de andere gerechten, want er werden traditionele Duitse gerechten opgediend zoals Eisbein met Sauerkraut. Dat was een gerecht dat mijn moeder buitenshuis moest eten of alleen voor haar zelf moest bereiden, want Eisbein, het deel van de varkenspoot dat zich tussen knie- en ellebooggewricht bevindt, was niet iets wat de andere gezinsleden wilden eten. Waarom eigenlijk niet? Het zag er niet lekker uit, maar geproefd heb ik het nooit. Toch maar eens doen? Ik blijf nog even twijfelen.
Erg verfijnd is het eten daar bij Bauer Ewald niet. Een beetje verfijnder vind ik mijn schnitzelrolletjes, die geïnspireerd zijn door de Italiaanse Saltimbocca en de Duitse roulades.

Wat hebben we nodig voor vier personen?

  • Vier kleine schnitzels;
  • Een ui in dunne reepjes gesneden;
  • Een paprika in dunne reepjes gesneden;
  • Blaadjes verse salie;
  • Vier dunne plakjes proscuitto;
  • Zout, peper en olijfolie.

Hoe bereiden we het?

  • De schnitzels moeten niet al te dik zijn, dus als ze dat wel zijn met iets zwaars platter slaan. Doe er wel wat plastic folie tussen, anders beschadig je het vlees te veel;
  • Leg op elke schnitzel een plak proscuitto, blaadjes salie en reepjes ui en paprika;
  • Rol de schnitzel op en steek er een of twee cocktailprikkertjes door, zodat het rolletje goed bij elkaar blijf;
  • Bak de schnitzelrolletjes op hoog vuur aan in olie en bestrooi met zout en peper;
  • Als de rolletjes mooi bruin zijn, het vuur temperen en nog even laten bakken;
  • Niet te lang, want dan wordt het te droog.

Smaakt prima bij bijvoorbeeld een risotto met sla.


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

This message is only visible to admins.

Problem displaying Facebook posts.
Click to show error

Error: Server configuration issue

Gerelateerde artikelen