Monnikenwerk Maarten van den Bosch brengt Winterswijkse grondlagen in kaart

27 september 2018

Bodem Winterswijk geeft geheimen langzaam prijs

Dat Winterswijk boven de grond een uniek coulissen-landschap heeft, is alom bekend. Maar slechts weinigen beseffen hoe bijzonder de bodem daaronder is.  Die herbergt namelijk een al even unieke lappendeken van schotse en scheve platen en lagen, die nog lang niet compleet in kaart is gebracht. Maar er is één man die deze puzzel al decennialang aan het afmaken is: Maarten van den Bosch.  In alle stilte en afzondering werkt hij met oneindig veel geduld en toewijding elke dag aan dit monnikenwerk, dat voor boeren, waterschappen, natuurbeheerders en geologen van onschatbare waarde is.

Door Wim Ruesink en Jan Ruesink

Zijn Haagse tongval is nog onmiskenbaar, zijn liefde voor Winterswijk is onvoorwaardelijk. De 75-jarige veldgeoloog Maarten van den Bosch kent Winterswijk al sinds 1960, toen hij als NJN’er (de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie) in Miste kwam vanwege de geologische vondsten bij steenfabriek De Vlijt.

Toen hij vervolgens het aanbod kreeg om in Winterswijk te gaan werken voor de Rijks Geologische Dienst – en in eerste instantie ook voor het plaatselijk museum – verkaste hij met zijn gezin naar Winterswijk. Dat had nogal wat voeten in de aarde, want Maartens vrouw moest haar kunstatelier opgeven en kwam als stadse in de Achterhoek terecht. Maarten had en heeft steeds maar één doel voor ogen sinds zijn komst naar Winterswijk: de bodem hier in kaart brengen. Een immense klus gezien de enorme variatie in de bodemlagen, die totaal door elkaar geschud liggen in de vele over elkaar geschoven tijdslagen. “Maar daar zit voor mij juist de uitdaging in. Ook onder de oppervlakte heeft Winterswijk een landschap dat je nergens anders in Nederland aantreft”, zegt hij vanuit het kantoor van zijn Geologisch Veldlaboratorium Winterswijk, dat uitkijkt over een van de steengroeves van Sibelco.

Hij heeft er een prachtige werkplek, waar verschillende tijdperken, tot zo’n 230 miljoen jaar terug, naar boven komen.  Maarten heeft er de beschikking over onderzoeksapparatuur en brengt hier vele uren door om al zijn vondsten en proefboringen in kaart te brengen en nauwgezet te archiveren. Sinds zijn pensionering werkt hij geheel zelfstandig.  Hij heeft geen baas, maar wel geregeld opdrachtgevers, zoals boeren of bedrijven waarvoor hij tegen betaling grondboringen laat verrichten om onder andere het watergehalte te meten. “Ook in Winterswijk is ondergronds water. Met name de smeltwatergeul die vanuit Meddo ten westen van het dorp naar Bredevoort loopt, bevat veel water dat winbaar is. Je moet daarbij niet gelijk denken aan ondergronds stromende rivieren. Nee, het is zand waar het water langzaam doorheen sijpelt, zo’n honderd meter per maand.“
Vooral als een laag veel fijnzand of soms gesteente bevat, dan zit daar doorgaans veel water in dat met een pomp en filters naar boven kan worden gehaald.

Wichelroedelopers
De monsters van de boringen, tot op tientallen of soms honderden meters diep, gebruikt Van den Bosch voor analyse van de grondlagen, waarmee hij weer een stukje van de puzzel van de Winterswijkse bodem kan leggen. “Daarnaast doe ik ook wel eens wat onderzoek voor de Steengroeve en geef ik adviezen aan bedrijven of particulieren. Helaas verrichten veel commerciële bureaus oppervlakkig werk met slecht onderbouwde adviezen. En wichelroedelopers? Haha, dat is echt volksgeloof en belazerij, kan zo in de prullenbak. Er is al eens een proefonderzoek gedaan, of zij ook echt water kunnen vinden. Van de 112 zaten er 110 helemaal naast en die andere twee treffers waren puur geluk.“
Van den Bosch pakt zijn werk allemaal heel systematisch en nauwgezet aan. “Alle informatie die ik verzamel over de bodem hier, leg ik vast. Niet openbaar hoor, want verschillende overheidsdiensten zijn erop uit om die informatie op een goedkope manier te vergaren, dat ga ik dus niet doen.”

Terra Temporalis
Zijn monnikenwerk is nog lang niet ten einde. Hij beschikt nu over de resultaten van 3500 boringen, “maar als je een goed beeld wilt krijgen moet je ongeveer veertig boringen per vierkante kilometer doen”. Omdat het in kaart te brengen gebied ruim 17.000 ha omvat, zou dat op een slordige6900 boringen neerkomen. “Ik ben een flink eind op weg, maar in sommige gebieden is meer geboord dan voor dit doel nodig is en in andere juist te weinig. Daarbij ben ik ook afhankelijk van opdrachtgevers als boeren, die willen weten of ergens een put geslagen kan worden en die de boringen betalen. Als ik alles in kaart gebracht heb, of ik ben er niet meer, dan gaat alles naar de Stichting Terra Temporalis. Zij kunnen dan desgevraagd informatie verstrekken aan bijvoorbeeld studenten. Het zou natuurlijk ook mooi zijn als straks in het nieuwe Steengroevemuseum mijn bevindingen aan het publiek tentoongesteld worden.”
Maarten heeft meerdere boeken en artikelen in wetenschappelijke tijdschriften geschreven waarin hij zijn onderzoeken uiteenzet. Ook werkte hij mee aan de Cultuurhistorisch Atlas Winterswijk, een standaardwerk over de bodem en het landschap van Winterswijk. Maar ook een boekje met fietsroutes langs zwerfstenen en door smeltwatergeulen in Winterswijk was mede van zijn hand.  Zelfs is er een pijlstaartrog, een vondst uit het Mioceen, vernoemd naar hem als vinder, de Plesiobatis Vandenboschi. De naamgever zelf blijft er bescheiden onder: ”Ach, ik ben niet zo’n fossielenman, ik ben meer geoloog. Waar ik blij van word, is als ik weer een stukje van de puzzel heb gevonden. En het mooiste zou zijn, dat als die puzzel compleet is, dat als boek in de boekhandel komt te liggen.”

 

Maarten van den Bosch: “Met elke boring weer een stukje van de puzzel van de Winterswijkse bodem.”

De mozaïekachtige kaart die Van den Bosch maakt van de Winterswijkse bodem raakt steeds meer ingekleurd. Het lichte deel is de glaciale smeltwatergeul die ten noorden en westen van Winterswijk loopt.

 

Winterswijk kantelt

Winterswijk ligt op een tektonische plaat die aan het kantelen is. Langzaam maar zeker stijgt de bodem hierdoor in het oosten en daalt die in het westen van het land. Vanaf het oosten zal Winterswijk daardoor de komende honderd jaar zo’n halve meter omhoogkomen. Dit proces is al gaande en heeft volgens Van den Bosch veel gevolgen voor de natuur en de landbouw, doordat het hemelwater sneller afgevoerd gaat worden en dat kan weer tot verdroging leiden.

 

‘Winterswijk is exotisch’

Van den Bosch noemt de Winterswijkse bodem ‘exotisch’ en een ‘unicum’. “Nergens anders in Nederland zie je dit patroon van allerlei perioden en bodemsoorten aan de oppervlakte komen. Een verband met de schoonheid van het Nationaal Landschap Winterswijk en zijn mozaïekvloer ziet hij zeker: “Het één heeft zeker met het ander te maken. Kijk alleen al naar de glooiingen in het landschap.”

 

“Boren naar delfstoffen zal niet meer gebeuren”

Wat in de vorige eeuw nogal eens gebeurde, het zoeken naar delfstoffen in de Winterswijkse bodem, dat ziet Maarten niet meer gebeuren. “Men wist dat hier bijvoorbeeld aardolie zat, alleen bij proefboringen kwam men al gauw achter de zeer grillige verschillen in de plaatselijke bodemstructuur. Veel lagen liggen schots en scheef over elkaar heen. Dit gaat dus te veel moeite opleveren om wat uit de bodem te halen. De lagen zijn zeer divers. Zo werd er bij voetbalclub Vosseveld een put geslagen, 40 meter diep. Bij de ruiterclub, honderd meter verderop, bleek dat men tot 80 meter moest gaan, zo verschillend dus.”


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

This message is only visible to admins.

Problem displaying Facebook posts.
Click to show error

Error: Server configuration issue

Gerelateerde artikelen