Nozems op buikschuivers, meisjes in petticoat, knokpartijen met de halbstarken

9 april 2019

De klok op rock in Wenters

 

 

Alleen de oudste lezers van de 50+ Krant zullen het zich kunnen heugen. Op de kop af zestig jaar geleden werd ons dorp opgeschrikt door een fenomeen dat gemotoriseerd via grenspost Oeding ons land binnendenderde: de halbstarken. Of hoe relletjes tussen Hollandse en Duitse nozems het begin inluidden van popmuziek en jeugdcultuur in Winterswijk.

 

Door Erik Meinen

 

Jeugdcultuur wordt op allerlei manieren vormgegeven, denk aan taal, levensstijl, mode, haardracht, dans en film. Het belangrijkste identificatiemiddel voor de jeugd is echter de popmuziek. Pas in de jaren vijftig, met de opkomst van rock ’n roll, wordt er muziek gemaakt die zich speciaal richt op jongeren. Het begin van jeugdcultuur wordt dan ook vaak vastgesteld op 12 april 1954, de dag waarop Bill Haley met zijn Rock Around The Clock de studio induikt. Het lied wordt een daverend succes en is aanleiding voor een gelijknamige film met Bill Haley zelf in de hoofdrol.

Op 1 september 1956 gaat Rock Around The Clock in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Leiden in première. Opschudding ontstaat een maand later als in verschillende provinciesteden zoals Enschede, Hengelo en Leeuwarden relletjes ontstaan, voor, na of tijdens vertoning van de film. De landelijke pers wakkert de boel flink aan en creëert een klimaat waarin de relletjes nog verder in omvang toenemen. Enkele lokale overheden reageren door de film zonder geluid (!!) te vertonen. In sommige steden wordt extra bewaking ingehuurd die dolenthousiaste dansende bezoekers terug in de bioscoopstoeltjes moet krijgen. In Apeldoorn wordt de film zelfs helemaal verboden.

 

 

NOZEMS           

Het duurt nog tot 21 december 1956 voordat “Rock Around The Clock” ook op het panoramadoek van het Winterswijkse Luxor Theater te zien is. De acht voorstellingen verlopen zonder noemenswaardige incidenten. Winterswijk heeft de jaren daaraan vooraf al via The Wild One, een film uit 1953, met Marlon Brando in de hoofdrol, en Rebel Without A Cause, uit 1955, met James Dean, kennisgemaakt met films specifiek gericht op jongeren en hun leefwereld. Ook al is in deze films nog geen noot rock ’n roll te horen, het gevoel dat erbij hoort komt al wel sterk naar voren: de jongere die zich steeds meer verzet tegen traditionele waarden, heersende moraal, ouderlijk gezag en kleinburgerlijkheid. Deze groep jongeren met hun vetkuiven, jeans, geblokte overhemden, leren jacks en puntschoenen krijgen al snel het etiket nozem opgeplakt. Aangenomen wordt dat het woord aan het Bargoense nootsum is ontleed, een scheldwoord dat zoveel als snotneus betekent.

De Winterswijkse nozems ontmoeten elkaar, hangend over hun bromfiets, bij de ijssalon, de cafetaria’s of de bioscoop. Ook in cafés en bars waar een jukebox geïnstalleerd is zijn de jongelui regelmatig te vinden. De uitbater met een goede collectie rock ’n roll in zijn muziekautomaat mag zich verheugen in een extra grote toeloop van de nozemjeugd. De platen van Elvis, Little Richard, Bill Haley en Buddy Holly zijn het populairst. Meisjes in petticoat en met suikerspinkapsel fladderen om de jongens heen.

Favoriete buikschuiver is de Kreidler Florett. Plaatselijke motorrijwielzaken als Buunk, Beusink, Houwers en Kruizenga beleven gouden tijden. Nozems die hun tweewielers opvoeren of die voor wat extra decibellen gaten in de uitlaat boren, zorgen voor veel ergernis en bezorgen de politie handenvol werk.

De bromfietsen van Winterswijkse nozems worden op de kruising Weurden-Wooldseweg-Kottenseweg aan een controle onderworpen.

Foto: Poparchief Achterhoek en Liemers.

 

HALBSTARKEN   

Vanaf 1958 krijgt ons land steeds nadrukkelijker te maken met de Duitse tegenhanger van onze nozems, de halbstarken. Waar de nozems, zeker in Winterswijk, nog een tamelijk onschuldige groep vormen, zijn de halbstarken een stuk losbandiger. Het betreft de generatie Duitse jongeren, die geboren is vlak voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog, die in grote armoede opgroeit, in ontwrichte gezinnen, waarin vader de oorlog aan het front heeft doorgebracht en daar dikwijks niet van is terugkeerd. Voeg daarbij de weinig opwekkende na-oorlogse aanblik van platgebombardeerde industriesteden als Essen of Dortmund en het mag geen verwondering wekken dat deze zogenaamde Nachkriegsjugend flink ontspoort. Nergens in Europa zijn de jeugdmisdaadcijfers zo hoog als in Duitsland.

Zodra in 1958 de dagen langer worden en de nachten minder koud komen de jeugdige Duitsers in steeds grotere getale naar ons land, soms per fiets, soms met de auto, maar meestal op hun glimmende luidruchtige bromijzers. Vooral steden in de grensstreek, zoals Enschede en Venlo, maar ook badplaatsen zoals Zandvoort hebben in de weekeindes veel te stellen met deze bendes die voor veel overlast zorgen. Het Duitse asfalt-eczeem, zoals ze door sommigen weinig vleiend genoemd worden, maakt zich schuldig aan diefstallen, ze valt de Hollandse meisjes lastig en zoekt de confrontatie met de nozems. Met maar weinig geld op zak en met een deken als enig kampeerattribuut brengen ze de nachten door op kampeerterreinen, in hooibergen, parken of portieken.

Duitse halbstarken zittend op hun motoren. Foto: Monte-Club Bocholt

 

BUTTERFAHRT 

In 1959 bereikt de Butterfahrt, de invasie van kooplustige Duitsers, haar hoogtepunt. De lonen en prijzen zijn in Nederland een stuk lager dan in omringende landen. Als steeds meer grensposten opengaan, ontdekken de Duitsers al snel dat ze met hun marken goed inkopen kunnen doen in Nederland. Winterswijk krijgt een enorm aantal Duitse klanten te verwerken. Vooral koffie, boter en sigaretten zijn goedkoper. Kruideniers en tabakshandelaren profiteren het meest van de koopgekte, maar ook de benzinepomphouder doet goede zaken. De Duitse inkoopinvasie geeft aanleiding tot grote verkeersproblemen. Parkeergelegenheid is niet of nauwelijks aanwezig. Ondanks dat een boete nog maar f 1,10 bedraagt, int de politie kapitalen aan parkeerovertredingen. De prijsverschillen met Nederland zijn zo groot, dat het zelfs voor burgers uit het Ruhrgebied aantrekkelijk is om naar Winterswijk te komen, en dat ondanks de invoerbelasting die bij terugkomst in die Heimat over de ingeslagen waar betaald moet worden. Busondernemingen springen handig op de hausse in en organiseren “Einkaufsreisen nach das schöne Holland”. Tientallen bussen staan iedere zaterdag in en om Winterswijk.

 

De komst van zovele Duitsers zorgt voor grote verkeersproblemen, zoals hier op het Weurden. Foto: Oud-Winterswijk

 

WIRTSCHAFTSWUNDER 

In hetzelfde jaar maakt Winterswijk ook steeds nadrukkelijker kennis met de schaduwzijde van het Duitse Wirtschaftswunder. Steeds meer baldadige halbstarken steken de grens over om hier hun vertier te zoeken. Uitdagend en met veel lawaai rijden ze door de straten, ze maken amok in de diverse dansgelegenheden…en ze vallen de Winterswijkse meisjes lastig! De lokale nozemjeugd ziet deze nieuwe concurrentie op de vrijersmarkt met argusogen aan. De Nieuwe Winterswijkse Courant waarschuwt: “De bravour van deze knapen ondersteund door het gedaver van hun bromfietsen, begint sommige plaatsgenoten reeds zodanig te vervelen, dat wrevel wel eens spoedig zou kunnen omslaan in handelingen die weliswaar bij de wet verboden zijn, maar die de zegen van vele inwoners zouden hebben.”

Meester Pollmann van school C doet zelfs in het landelijke dagblad Het Parool zijn beklag: “Het gedrag van deze Duitse horden is mij een gruwel. Niet alleen gedragen zij zich uitermate brutaal en luidruchtig, ze presteren het om tijdens de lesuren de school binnen te dringen om van onze wc’s gebruik te maken. Anderen gebruiken de buitenmuur van de school. Dit terwijl er binnen honderd meter ettelijke cafés en restaurants liggen, waar ze voor enkele van hun vele marken wel iets gebruiken kunnen en daar dan ook hun noodzakelijkheden kunnen plegen.”

 

 

PINKSTERDAGEN     

Toevallig of niet, het Luxor Theater vertoont in april 1959, als tegelijkertijd ook Elvis Presley’s King Creole draait, de Duitse speelfilm Die Halbstarken. De film, met in de hoofdrollen Karin Baal en Horst Buchholz, vertelt het verhaal van een stelletje rebellerende jonge criminelen. De rolprent krijgt de ondertitel “hard – realistisch – actueel” mee. Dat laatste is het zeker, want krap een maand later komt het tijdens de Pinksterdagen tot de reeds door de Nieuwe Winterswijke Courant voorspelde harde confrontatie.

De krant bericht: “De ongeregeldheden begonnen op zondagavond op het Weurden. Er ontstond een gespannen verhouding tussen wat Winterswijkse en Duitse jongeren. Allengs groeide hun aantal uit tot zo’n zestig man. Ze verplaatsten zich via de Helderkampstraat naar de hoek Scheringstraat-Kleine Parallelweg. Daar werd korte tijd hevig gevochten. Er werd met messen gezwaaid en met een alarmpistool geschoten. Een Duitse jongen kreeg met een mes een jaap over de vingers, terwijl een ander aan de nek werd verwond. Later op de avond kwam het op de Misterweg en in de dorpskern weer tot vechtpartijen. Een overval op een kampeerterrein werd gevreesd, maar de politie wist dit te voorkomen. ’s Maandags werden nieuwe vechtpartijen verwacht. Reeds vroeg in de middag trokken Winterswijkse jongeren door de straten. Er was echter geen Duitser te zien. Op de hoek Kottenseweg-Wooldseweg verzamelde zich een menigte, die door de politie weer werd verspreid. Duitse jongeren die Winterswijk binnenreden, werd aangeraden terug te gaan. Ze werden door de Koninklijke Marechaussee tot aan de grens begeleid. ’s Avonds kwam het niet meer tot relletjes. Een grote menigte verzamelde zich in het centrum. Er was echter niets te doen. De politie had al zijn agenten in dienst geroepen en kreeg versterking van de Marechaussee. Ze patrouilleerden niet door de straten maar stonden klaar om op het eerste sein uit te rukken. Alle dansgelegenheden werden gesloten, zodat ook daar geen gevechten plaats konden vinden. Even dreigden er nog onregelmatigheden toen op een parkeerterrein twee bussen met Duitse dagjesmensen stopten. Maar de Duitsers voorzagen het onheil, stapten snel weer in en vertrokken.”

Met name de Duitse televisie besteedt in de week daarop veel aandacht aan de Winterswijkse Krawallen. In het bekende programma Hier und Heute komen burgemeester Vlam, hoofdinspecteur Van Ingen en diverse ooggetuigen aan het woord. De autoriteiten is er alles aan gelegen de zaak te sussen, om zo toch vooral de kooplustige Duitsers maar niet af te schrikken. Van Ingen maakt de Duitse reporter duidelijk dat de in Duitsland vermelde berichten over de kloppartijen schromelijk overdreven zijn. Vlam wijst er op dat het hier jeugdruzies betreft die met de goede verstandhouding tussen de ouderen aan weerszijden van de grens niets van doen heeft.

Winterswijk neemt geen halve maatregelen om paal en perk te stellen aan de overlast. Besloten wordt de Personalausweise van jonge Duitsers, die zich ernstig hebben misdragen, te voorzien van een rood stempel. Knapen met zo’n stempel wordt in het vervolg de toegang tot ons land ontzegd.

Rigoreuze Duitse invoerbeperkingen voor boter en suiker doen in het najaar van 1959 de toestroom van kooplustigen tijdelijk afnemen. Het besluit om de grenskantoren ook ’s nachts open te stellen voor personenvervoer bezorgt de gezagshandhavers echter weer nieuwe hoofdbrekens.

 

 

VOSSEVELD     

In het najaar van 1959 krijgt Winterswijk te maken met een flinke aanwas van het inwonertal. Zo’n vijf- à zeshonderd Molukkers – in de volksmond Ambonezen genoemd – betrekken het nieuwe woonoord Vosseveld. Het jeugdige deel van deze gemeenschap is uiterst bedreven in vechtsporten als judo en karate en mengt zich al gauw in de strijd tussen nozems en halbstarken. De Pinksterdagen van 1960 verlopen evenals het jaar daarvoor onrustig. Op diverse plaatsen gaan nozems, Ambonezen en “kampers” (jeugdige bewoners van woonwagenkamp Dennenoord) met de Duitse jongeren op de vuist.

Gelukkig is er ook een ander gebied waarop de Winterswijkse nieuwkomers excelleren: de muziek. Een goede gitaar is in menig Moluks gezin belangrijker dan een nieuw bankstel. De techniek van het bespelen wordt van jongs af aan op een volgende generatie overgebracht. Het betekent een enorme impuls voor de ontwikkeling van de Winterswijkse popmuziek. De relletjes hebben hun “beste tijd” gehad en popmuziek en de actieve beoefening daarvan wordt steeds meer een manier om de opstandige hormonen van de jeugd op een positieve manier te kanaliseren.

Bandjes met fraaie namen als The Jolly Jokers, The Rockin’ Red Wings, The Real Rollers en The White Waves geven het dorp een muzikaal gezicht. Midden jaren zestig doet het “beatgeweld” Winterswijk op zijn grondvesten trillen. Popmuziek en jeugdcultuur komen – hand in hand – verder tot bloei. Beatclubs en bands schieten als paddestoelen uit de grond. Gedurende een aantal jaren is Winterswijk het Achterhoekse epicentrum van de popmuziek.

Aankondiging van de film Rock Around The Clock in het Luxortheater. Foto Poparchief Achterhoek en Liemers

 

 

Erik Meinen is medewerker van het Poparchief Achterhoek en Liemers (PAL). In 2009 was hij eindredacteur van het boek “Popmuziek in Winterswijk – Een greep uit vijftig jaar pophistorie”. Voor de Winterswijkse 50+ Krant duikt hij in de geschiedenis van de plaatselijke (pop)muziek- en jeugdcultuur.


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

This message is only visible to admins.

Problem displaying Facebook posts.
Click to show error

Error: An access token is required to request this resource.
Type: OAuthException
Solution: See here for how to solve this error

Gerelateerde artikelen