Op zoek naar Het Woold van Christiaan te Winkel

4 februari 2019

In de drie boeken die romanschrijver Christiaan te Winkel heeft geschreven is veel over Winterswijk te vinden. Dat betekent niet dat het boeken over Winterswijk zijn. Sommige locaties en een enkele bewoner zijn te herkennen, maar Te Winkel schrijft prachtige verhalen met een geheel eigen sfeer en stijl die door iedereen overal gelezen kunnen worden.

 

Door Bernhard Harfsterkamp

Voor mij is Te Winkel een van de betere Nederlandse schrijvers, die na drie boeken niet meer heeft gepubliceerd. Die drie boeken, zijn debuut De Grasbaan, de verhalenbundel Vacuüm verpakt en de roman Mij dorst, verschenen bij uitgeverij Querido zijn alleen nog te vinden in antiquariaten en op boekenmarkten. Koop ze vooral als je ze tegenkomt.

 Christiaan te Winkel

Christiaan te Winkel heb ik leren kennen dankzij een leraar Nederlands op het VWO. Albert van Maanen was iemand die absoluut geen orde kon houden tijdens de lessen. Het was  regelmatig een puinhoop in zijn klas. Toch herinner ik me de momenten goed, dat Van Maanen enthousiast vertelde over de Nederlandse literatuur. Of de lessen, waarin hij voorlas. Hij kon goed voorlezen en op zo’n moment luisterden we allemaal aandachtig. Op een dag las Van Maanen een verhaal voor uit Vacuüm verpakt van Christiaan te Winkel. Hij meldde erbij dat hij tegen een ander verhaal uit de bundel grote bezwaren had, omdat daarin een voor iedereen herkenbare Winterswijker geholpen werd om zichzelf te doden. Dat was in werkelijkheid niet gebeurd. Het voorlezen en deze mededeling waren voor mij voldoende aanleiding om al het werk van Te Winkel op te sporen.

 

Droompassages
De Grasbaan heb ik regelmatig herlezen en elke keer was ik onder de indruk van de geheel eigen sfeer en stijl. Ook al dacht ik bij het lezen soms aan W.F. Hermans of Hugo Claus, in de delen waarin het verhaal wordt verteld van de ik-persoon, Spiks en Eleonora en in de droompassages waarin het Woold van de jaren vijftig wordt opgeroepen vindt Te Winkel toch een geheel eigen toon. Herlezen leidt vaak tot teleurstellingen, maar bij De Grasbaan was dat niet zo. Ik blijf het een prachtige novelle vinden en vond het leuk om locaties in het Woold op te sporen. De hoogste tijd om een “nieuw” exemplaar te vinden, want het mijne is inmiddels uit elkaar gevallen.

 De grasbaan bij het Keunenhuis

Welke plekken kunnen we nog steeds herkennen? Het zijn het huis waar hij gewoond heeft en waarin in de Grasbaan Eleonora woont, het beekje (de Dambeek), de Bocholtse baan, de grensovergang, de school in het Woold en een zwarte kolk niet ver van die school (al zal Te Winkel vast een andere in gedachten hebben gehad). Verdwenen is de houtzagerij bij de grensovergang, het kippenbosje en de grasbaan, een weg dwars over een van de essen van het Woold. Grasbanen zijn echter nog steeds aanwezig in Winterswijk. Je moet er wel langer naar zoeken. Maar die bij het Keunenhuis zal er op lijken.

 

Oude Bocholtesebaan

Spiks heeft een opgevoerde auto, waarmee ze zonder licht door het donker scheuren. Eerst door het Woold, daarna door het dorp, waar de omgeving onveilig wordt gemaakt. Terug nemen ze de kortste weg. “Mijn vermoeden was juist; Spiks nam het pad waar vroeger een spoorbaan gelegen had. Het was nagenoeg donker nu. Het brede met een dicht scherm van takken overgroeide pad was recht, vol grind. Hier liet Spiks de wagen zo hard gaan als het onder de omstandigheden maar kon en dat was erg hard. We trilden mee in dit geweld; takken zwiepten. Nu kwam de motor pas op toeren, een donker, gestaag grommen. Waar een smaller zandpad het brede kruiste, was een kleine verhoging te bemerken. De wagen nam zich dan op in zijn vaart; vier wielen waren een ogenblik van de grond. Er was niet één bocht in het pad; dat gaf een gewaarwording van eindeloosheid, van oneindig versnellen, harder, steeds harder, recht en tijdloos.“ Alleen al vanwege zo’n beschrijving zouden we nooit meer wat aan de Oude Bocholtsebaan moeten veranderen.

 

Witte wieven

Dat geldt ook voor de beek, die in een van de droompassages wordt beschreven en waarlangs de ons allen bekende witte wieven opduiken. “Dan is er de beek; die komt, die is en die gaat. Diep vaak, meanderend, het zandoer op de bodem. Wij zagen haar: gezwollen, snel in de herfst; de stekelbaarsjes in het weinige water van de voorzomer – de oevers steil en begroeid met hakhout. Ze had geen einde en geen begin: zij was er; zij bleef altijd gelijk aan zich zelf en in haar diepten was een rust die met niets is te vergelijken. Maar er was meer: de sloten, langs de weiden, langs de wegen, de sloten van de natte herfst. Het water was somber dan, hoog tot de rand, zwart, schielijk vlietend en zonder geluid in haar beweging; slechts een enkele duiker ruiste, zacht klokkend. Het was een dom en diep geluk daarbij neer te zitten, het water te bezien, er iets op te laten drijven – een houtje dat onverwacht snel met de stromingen meetrok: een snelheid, die in de maag voelbaar werd.”

De Grasbaan bevat niet alleen van deze beschrijvingen. Het is en blijft op de eerste plaats een literaire novelle, waarin Christiaan te Winkel ook het landschap van zijn jeugd heeft willen oproepen. Op het moment dat hij zijn boeken schreef was hij al jarenlang uit Winterswijk vertrokken.

 

De in 1973 verschenen novelle De Grasbaan, uitgegeven bij Querido.

 

 

 


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

This message is only visible to admins.

Problem displaying Facebook posts.
Click to show error

Error: Server configuration issue

Gerelateerde artikelen