Oud-topatleet Marti ten Kate geeft tips over hardlopen na je vijftigste

25 november 2017

‘Liefde voor het lopen het belangrijkste’

 

Hij was dertien keer Nederlands kampioen, was top 10 op de Olympische Spelen en met zijn 2.10.04 is hij nog steeds de vijfde beste Nederlandse marathonloper ooit. Toch loopt Marti ten Kate tegenwoordig net zo leuk tussen de recreanten. Hij traint beginners en ambtenaren en rent zelf nog zo’n veertig tot vijftig kilometer in de week. En in zijn dagelijkse leven regelt hij als coördinator voorzieningen bij NOC*NSF alles om het lopen heen voor de topatleten van vandaag. “Tot mijn 45e kon ik nog vrij gemakkelijk op niveau mee, daarna is mijn snelheid geleidelijk aan achteruitgegaan”, zegt Marti over het ouder worden. “Maar ik beleef nog heel veel plezier aan het lopen.  Je moet de lichamelijke achteruitgang accepteren en nieuwe motivatie in het lopen vinden. Voor mij is dat gezond en fit blijven en andere mensen stimuleren”.

Marti ten Kate

Twee groepen

Marti merkt dat steeds meer vijftigplussers hardlopen. “In de jaren tachtig was lopen een echte wedstrijdsport en haakten ouderen af. Nu zie je meer blijvers, maar vooral meer herintreders: mannen en vrouwen die vroeger aan sport deden, maar door gezin en carrière niet meer aan sporten toekwamen en die vinden dat ze nu toch meer aan bewegen moeten gaan doen. Je ziet daar twee verschillende groepen in: degenen die echt willen presteren en de mensen die gezond en fit willen blijven. Daar moet je als vereniging of trainer ook verschillend mee omgaan”.

Volgens Marti is het vooral je topsnelheid die bij het ouder worden achteruitgaat. “Je wordt wat strammer, je gewrichten kunnen minder aan en je maximale hartslag loopt ook terug. En omdat je herstel wat langer duurt, kun je ook minder intensief trainen, dus ook daardoor worden je prestaties wat minder”.

 

Tempo’s

Marti kan zich daarom wel vinden in het veel gehoorde advies dat je boven je vijftigste het beste drie tot vier keer in de week in een rustig tempo kunt trainen. “Alleen is het wel goed om regelmatig tempo’s te lopen, intervals te doen. Je moet het allemaal wel beter doseren: na een snelheidstraining niet de dag erop weer intensief trainen.” Je aansluiten bij een loopgroep of club kan hij ook aanbevelen: “Samen lopen is wel zo gezellig en je doet dan ook meer aan warming up en loopscholing.”

 

Stoere praat

Voor de sporters die snelle tijden gewend zijn, is het verouderingsproces mentaal soms moeilijk te verteren, erkent Marti:  “Ik kan alleen maar zeggen: vind nieuwe doelen. Ik ken lopers die zich steeds richten op de volgende leeftijdscategorie. Die zeggen: als ik 60 word, ben ik de jongste in die categorie en kan ik weer gaan vlammen. Dan verheugen ze er zich juist op dat ze 60 worden”.

Zowel beginnende als ervaren lopers raadt Marti aan zich niet gek te laten maken door de buitenwacht. “Al die stoere praat van: ik begin met lopen en ga de marathon van New York lopen; ik zeg altijd: ga eerst eens voor de 5 km en houd dat een jaar vol, probeer dan in het tweede jaar naar de 10 km toe te werken, het jaar erop  de halve marathon en in het vierde jaar pas een marathon. Je moet eerst de liefde voor het lopen ontwikkelen. En denk ook eens aan trailrunning, 16 of 23 kilometer door bos en hei lopen. Dan word je niet meer geregeerd door tijden, maar gaat het om het uitlopen. Bij een 10 km stratenloop heeft iedereen een mening over je tijd, maar bij een trailrun is dat totaal niet van belang.”

Voor beginners is goed schoeisel het allerbelangrijkste, weet Marti. “Bij een sportzaak zien ze bijvoorbeeld of je proneert of supineert en welk type schoen daar bij past. Sporthorloges zijn nuttig, zeker om je hartslag te controleren op onregelmatigheden, maar ga ook op je gevoel af. Je kunt wel een tempo van 5.30 minuut per kilometer willen lopen, maar als het even niet gaat, of je loopt over zwaar terrein, dan moet je je gewoon aanpassen. Denk bij alles: wat kan ik en wat wil ik. Dan houd je het lopen ’t langst en met plezier vol”.

 

 

Keiloop: wie wordt Winterswijks snelste vijftigplusser?

 

Voor veel Achterhoekers is de jaarlijkse Keiloop in Meddo eind december een echte bonusfeestdag. Tussen de kalkoen en oliebollen even je vet verbranden en na afloop in de kantine gezellig napraten met oude sportmaatjes. Letterlijk steeds vaker oud, want de Keiloop, inmiddels toe aan de 33e editie, trekt ook steeds meer oudere recreanten en wedstrijdlopers. Vorig jaar was van de volwassen deelnemers maar liefst een kwart vijftigplusser. Zij vormen bovendien geduchte concurrenten voor de lopers met jonge benen, want op de verschillende afstanden pakten ze vijf toptienplaatsen, waaronder zilver op de 5,5 kilometer.

 

Om het lopen en sporten onder vijftigplussers te stimuleren, stelt de 50+Krant dit jaar een beker ter beschikking voor de snelste man en vrouw uit Winterswijk op de 10 kilometer, een van de vier afstanden waaruit volwassen lopers kunnen kiezen in Meddo. De prijs gaat naar de snelste loper (m/v) die op de dag van de wedstrijd, 24 december, minimaal vijftig jaar is en op dat moment woonachtig is in de gemeente Winterswijk. De organisatie van de Keiloop reikt zelf ook prijzen uit voor de drie snelste lopers (m/v) op elke afstand. De 33e Keiloop wordt gehouden op zondag 24 december 2017. Start en finish zijn bij sportclub Meddo aan de Eibergseweg 1. De starttijden zijn als volgt:

10.00 uur: 1 km Kidsrun t/m 9 jaar en 3,2 km   •   10.30 uur: 5,5 km   •   11.30 uur: 10 km en halve marathon (21,1 km)

 

Voorinschrijven kan t/m 22 december via www.scmeddo.nl of inschrijven.nl

Na-inschrijven kan op de wedstrijddag zelf. Voor de tijdregistratie wordt gebruik gemaakt van chips. Bij sc Meddo is gelegenheid tot omkleden en douchen.


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

This message is only visible to admins.

Problem displaying Facebook posts.
Click to show error

Error: Server configuration issue

Gerelateerde artikelen