Toen ons dorp nog twee ziekenhuizen had

28 januari 2020

Het is wat; de acute verloskunde en de kindergeneeskunde dreigen te verdwijnen uit het Streekziekenhuis Koningin Beatrix. En zo hangen er ineens pamfletten achter de ruiten. Het doet herinneren aan de tijden van Drees, Dries en Joop. De laatste keer dat er massaal werd geplakt, was toen er een Mitsubishi Carisma kon worden gewonnen. Dit keer is het doel wat nobeler. Over ziekenhuizen in Winterswijk, nu, maar vooral toen.
Door André Vis
Wanneer was het? In 2014, denk ik, toen ik in De Gelderlander las dat een nieuw ziekenhuis zou verrijzen in Doetinchem; langs de A18, vlakbij de McDonald’s. Dat laatste stond er bij want je moet gezonde voeding meteen koppelen aan de gezondheidszorg natuurlijk. We zijn zes jaar verder maar het eerste gat is nog steeds niet gegraven. Dit neemt niet weg dat het nieuwe ziekenhuis er ooit moet komen, maar ja, dat gold ook voor een nieuw stadion van De Graafschap. En De Graafschap speelt nog steeds op de knusse Vijverberg.
Niettemin werpt het nieuwe Doetinchemse hospitaal zijn schaduwen ver vooruit. Want de partners in ons mooie Winterswijk vrezen dat zij opdraaien voor de kosten van die Doetinchemse geldverkwisters. Waarom zou je anders de verloskunde en kindergeneeskunde in het Beatrix-ziekenhuis sluiten? Sterker nog, de aanrijtijd voor de ambulance valt bij sluiting niet meer binnen de 45 minuten en dat kan niet eens volgens onze nationale richtlijnen. Kortom, stoppen met die onzinnige gedachten. Handen af van ons SKB!
Hoe dan ook, het is tijd om de ogen weer eens te sluiten en na te denken over hoe het ooit was. De tijd dat Winterswijk beschikte over twee, jazeker millennials spits uw oren, over twee ziekenhuizen. We hadden een Algemeen Ziekenhuis maar ook een katholiek ziekenhuis, het St. Elisabeth ziekenhuis. Hoe is het ooit zo ver gekomen dat een plaats met nog geen 30.000 inwoners twee ziekenhuizen had? Dat ga ik u vertellen.
De ziekenhuissoap begon ergens rond 1920. Nederland Hervormden en katholieken vonden beiden dat er een ziekenhuis moest komen en ze waren het er over eens dat het een algemeen ziekenhuis moest worden. Op het laatste moment haakten de katholieken echter af. Ze vonden bij nader inzien dat de katholieke identiteit scherp voor het voetlicht moest komen en dat zat er in een algemeen ziekenhuis niet in. Zo verrees er behalve het Algemeen Ziekenhuis een katholiek ziekenhuis en dat werd vernoemd naar de heilige Elisabeth. De notabelen knikten tevree. Zij zagen dat het goed was.
Beide ziekenhuizen werden in 1926 geopend; het katholieke zelfs een paar maanden eerder dan het algemene. Op 15 maart 1926 ging het St. Elisabeth ziekenhuis open aan de Vredenseweg en op 10 juni volgde het Algemeen Ziekenhuis aan de Eelinkstraat. En daar begint mijn persoonlijke geschiedenis; in 1966.
Voor degenen die het nog niet weten, 1966 was met 1967, 1968, 1969, 1970, 1971, 1972, 1973, 1974 en 1975 het mooiste jaar in de geschiedenis van de mensheid. Daarna had het loket des levens gesloten kunnen worden. In 1966 liep ik kennelijk een liesbreuk op. Wat doe je als jochie van zeven jaar, je schikt je naar alles wat je moeder en de dokter zeggen. Tot op de dag van vandaag ben ik er van overtuigd dat ik er ingeluisd ben, met valse voorwendselen naar het Algemeen Ziekenhuis ben geloodst waar ik voordat ik er erg in had een kap op mijn mond en neus kreeg, wegzakte in een comateuze staat om later wakker te worden in een bed met tralies.
Ik was besneden, links naast mijn piemeltje, door mevrouw Firing, de chirurg, die in een sportwagen door Winterswijk jakkerde. Een dot watten markeerde de plek des onheils. Ik jankte dat het een lieve lust was, de eerste dag dan. Daarna kwamen twee oudere jongens op de kamer, waarvan de een de zoon was van slager Simmelink en constant hetzelfde liedje zong:
Weine nicht wenn der Regen fällt. Damm, damm. Damm, damm.
Inderdaad, Drafi Deutscher. Marmor, Stein und Eisen bricht. Drafi is ook al dertien jaar niet meer onder ons, maar dit terzijde.
Terwijl de zoon van de slager in zijn bed verder neuriede, brachten de zusters met hun steunkousen, jurken en schorten tot over de knieën, het haar in een knotje en steevast getooid met een truttige bril als om hun pinnige imago te versterken, het middagmaal binnen: grote rode bieten en glazige aardappelen. De zusters waren niettemin buitengewoon vriendelijk voor dat kleine jongetje. Niets dan lof maar ik droom er nog wel eens van. Als ik zwaar getafeld heb, zou Wim Sonneveld zeggen.
Uiteindelijk was het niet louter kommer en kwel. In mijn beleving heb ik in het ziekenhuis voor het eerst in mijn leven cola gehad (een goed verhaal nooit kapot checken) en bij thuiskomst lag daar het singletje aller singletjes: Sloop John B van de Beach Boys. Nog zie ik de groen-blauwe hoes, de boys van links naar rechts met hun gezicht naar de camera en nu weer hoor ik dat markante intro.
Ik moest thuis meteen door naar bed, rusten terwijl de junizon door de lichte gordijnen viel, de zon die de voorbode was van louter vreugde en jolijt waarmee de jeugdjaren in de bomenbuurt was vergeven. Die operatie, die in mijn beleving leidde tot een gedwongen bedrust van ruim een week, kreeg mij niet klein.
Zo zal iedere generatiegenoot die in het Algemeen Ziekenhuis heeft gelegen zijn herinneringen hebben. Hij zal objecten in zijn hoofd hebben opgeslagen, de geur van ether nog ruiken als hij zijn neusgaten opent, de thuiskomst, de familie – de warme deken die zich weer om hem sloot. Het ziekenhuis was ver weg; home is where the heart is of liever nog heart is where the home is.
Met het katholiek ziekenhuis hadden wij jongens van de bomenbuurt daarentegen niets. We zagen het liggen, aan de overzijde van de Vredenseweg, eeuwig sudderend in de zon, als een sukadelapje in de pan. Ik ben er nooit binnen geweest. Het leek me meer een rusthuis, zij het dat het enige echte rusthuis natuurlijk Wamelinkhof was. Al het andere was voor ons jongens van de bomenbuurt surrogaat.
Maar zoals alles in het leven eens ophoudt, zo gold dat ook voor het Algemeen Ziekenhuis en het St. Elisabeth ziekenhuis. Eens komt de fusie, en daar wàs de fusie. In 1984 werd aan de Rondweg, diezelfde rondweg waar tekenleraar Van de Essenburg op de RSG tien jaar eerder zo tegen ageerde (‘Laat je niks wijsmaken jongens; dat wordt een racebaan’), het Streekziekenhuis Koningin Beatrix geopend. De Eelinkstraat werd onthoofd maar ach, zij die de tegenslag trotseren, zijn de gelukkigsten.
Maar nu, zoveel jaar verder – wij jongens van de bomenbuurt zijn inmiddels kaal of grijs – dreigt een opstand. Je kunt niet maar zo twee specialismen de nek omdraaien, zegt Winterswijk. Erger nog is iets anders, iets dat in de krochten van de gehele maatschappij sluimert. In de landelijke lijstjes scoort het SKB steevast fenomenaal en als ik zelf door de gangen loop – ik kom er geregeld – dat voel ik een veiligheid en een rust die weldadig aanvoelt. Nu wordt er geknabbeld aan de succesformule en daar hebben we het grote probleem te pakken; de sterfhuisconstructie. Het begin van het einde. Het is dat wat de publieke omroep ook doet. Een goed lopend programma als Andere Tijden in aantal uitzendingen halveren en op een ander tijdstip programmeren. Totdat het eindigt. Het heet in managementtaal de perverse prikkel: alles wat goed is, aanpakken. Dat achterbakse, die dubbele agenda, het staat zo ver van de wereld van 1966 – de wereld van cola en de Beach Boys.
André Vis (Winterswijk, 1959) is publicist en was onder meer sport- en hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia. Hij woont in Rijssen.

 

 


Deel dit bericht

Advertentie


Socialmedia

This message is only visible to admins.

Problem displaying Facebook posts.
Click to show error

Error: An access token is required to request this resource.
Type: OAuthException
Solution: See here for how to solve this error

Gerelateerde artikelen